Site-archief

Ma’s popje

Fifi het bloemenmeisje, stoffen pratende pop

Mijn moeder was een meelevende vrouw die het verafschuwde als ze dementerende vrouwen zag met een pop op schoot. Op de verpleegafdeling van mijn oma was dat namelijk het geval. Ze kon het niet aanzien. Ze vond het mensonterend om ouderen daarmee te zien.Twintig jaar later lag zij zelf met een pop in bed. Maar niet zomaar een pop en niet om te knuffelen en verzorgen, maar een pop om tegen te praten: Fifi.

Kinds

Deze week zou mijn moeder 87 jaar zijn geworden en is het alweer bijna 7 jaar geleden dat ik tijdens het waken bij haar sterfbed in het verpleegtehuis deze pop vond. De pop lag tussen de lakens. Ik schrok ervan. Ik was ook niet eerder op de hoogte gesteld dat zij met een pop in bed sliep. Net als mijn moeder had ik het altijd kleinerend gevonden als ouderen met een pop werden opgezadeld door de verpleging. Ze haalden daarmee het kind in de oudere naar boven net als zoveel herinneringen uit hun jeugd. Vroeger werd het woord ‘dementie’ vaak vervangen door het minachtende ‘kinds’. Alsof deze mensen hun volwassen persoonlijkheid waren verloren. Dus mijn ontdekking deed me veel pijn.

Ontspannend en troostend

Maar het schijnt juist ontspannend te werken voor deze mensen. Net als de bezoekjes van peuters en echte kittens. Mijn moeder werd altijd opgewekter van klein, levend grut op de afdeling. Daarom heeft ze destijds deze pop gekregen om haar te blijven prikkelen. Het pastelkleurige popje van slechts 35 centimeter met een zachte vulling zou haar rustiger maken door de hoge, lieve kinderstem waarmee zij tegen mijn moeder sprak. Het was de pop waartegen ze brabbelde, want duidelijk praten lukte door de afasie niet meer. Sinds haar overlijden zit de pop naast mijn bed en druk ik af en toe op haar buikje waarna ze zegt:    O, hallo ik ben Fifi, je bloemenvriendin!  Boterbloempjes en Madeliefjes, je bent mijn beste vriendin. Wow! Kom je spelen? O, bloesem, de bloemblaadjes ik ben het vergeten.                                                                                  Daag! We zien elkaar gauw weer terug!.’

Naast de tranen van ontroering, die elke keer bij het horen van haar stem over mijn wangen rollen, voel ik ook de vertedering van deze stoffen pop. Ik kan mij heel goed voorstellen dat het mijn moeder kalmeerde en het vertrouwen en de aandacht gaf waar zij als dementerende altijd naar bleef verlangen. De opgewekte, lieve stem van Fifi doet ieders hart verwarmen.

Kinderserie

Fifi en haar bloemenvriendjes  (klik op de link en bekijk een aflevering) was destijds een kinderserie die bij Nickelodeon op televisie kwam. Omdat mijn zoons toen al niet meer naar Nickelodeon keken was ik niet bekend met de guitige pop in de vorm van een vergeet-me-nietje. Hoe toepasselijk! Ik vond het bovendien mooi dat juist deze pop mijn moeder een fijn gevoel gaf. Fifi woont in een gele gieter, en is net als mijn moeder vroeger, druk in haar moestuintje. Daar zaait en oogst ze haar groente en fruit. Daarbij heeft zij veel bloemenvriendjes die haar helpen om alles te laten groeien en bloeien.Via deze serie leren kinderen veel over de natuur dichtbij huis.

Levensechte robotkat

Fifi is destijds in een speelgoedwinkel gekocht, misschien wel omdat mijn moeder overdag veel naar de kinderserie keek. Dat zou het zorgteam hebben gemotiveerd om haar de pop cadeau te doen. Ik zal het nooit zeker weten.

Via google ben ik  op zoek gegaan naar poppen voor dementerenden. Want hoe lief en troostend de pop voor mijn moeder ook was, ik bleef het zien als een vernederend object. Ik kwam daarbij op de site van de dementie-winkel.nl. waar mij duidelijk werd dat de vele soorten poppen er ook voor kunnen zorgen dat dementerenden minder gaan ronddwalen en minder medicatie nodig hebben. Nog meer pluspunten naast het veilige geluksgevoel dat een pop kan geven. Mijn verbazing was groot uit het enorme aanbod. Zelfs knuffeldieren. En naarmate we allemaal wel eens in ons achterhoofd houden dat ook wij in de toekomst dementerend kunnen worden, heb ik voor mezelf al een keuze gemaakt :een robotkat. Een poes die waanzinnig veel lijkt op mijn eigen kat, met een ademhalingsbeweging en gezellig gespin. Levensecht en met een hoog knuffelgehalte.

Ik hoop echter dat ik hem nooit zal krijgen.

De zorg voor mijn ouders

img_2595

Als midlifer ben je nu op een leeftijd dat je ouders oud zijn, vaak hulpbehoevend en sukkelend met de gezondheid. Of je pa of ma is alleen en voelt zich eenzaam. Dan is het belangrijk om er als kind voor hen te zijn, al is dat niet altijd met het geduld wat ze nodig hebben. Maar soms heb je helemaal geen ouders meer, zoals ik. Ik zou willen dat ze er ondanks hun ziekte nog waren. Dat ik nog even hun hand vast kon houden en met ze kon praten. Gewoon om te laten zien waar ik trots op ben: mijn jongens met hun vriendinnen en wat ze bereikt hebben en hoe wij nu als gezin in het leven staan. Het is een groot gemis dat het niet meer kan.

De weg kwijt

Ik ben de zorgfase voorbij. Mijn pa is alweer dertien jaar geleden overleden. Mijn ma is na negen jaar vasculaire dementie, in 2010 gestorven. Toen ik voor mijn ouders ging zorgen, was ik nog maar vijfendertig. Ik kende destijds geen vrouwen van mijn leeftijd die in dezelfde fase zaten. Dat miste ik. Het enige wat wij gemeen hadden was de zorg voor onze nog kleine kinderen. Dus reed ik bij wijze van spreken, met de kinderen op de achterbank, mijn ouders naar de kledingwinkel, het ziekenhuis en de kerk. De bank en de geriater en ging met hen op familievisite. Ik was hun boekhouder, hun huishoudster, kokkin, vertrouweling, chauffeur en enige steun en toeverlaat. Ik vond het niet meer dan normaal dat ik nadat zij jarenlang voor mij hadden gezorgd, de rollen omdraaiden. Er was ook geen keus. Ik ben enig kind en kwam van de een op de andere dag in die zorgsituatie terecht.

Het is niet eerlijk

Ik zocht ezelsbruggetjes voor de vergeetachtigheid van mijn ma. Ik probeerde  haar huishouden zolang mogelijk op de rails te houden. Dit deed ik met de hoop dat haar dementie stabiel zou blijven zodat zij zolang mogelijk thuis kon blijven wonen. Mijn pa die mantelzorger was, had het ondanks mijn hulp erg zwaar. Ik zag dat wel, hij rookte steeds meer en had veel stress doordat hij de ziekte van ma maar moeilijk kon accepteren. Hij kon niet geloven dat zijn grote liefde, zowel letterlijk als figuurlijk de weg volledig kwijt was. Hij benoemde deze teleurstelling na jarenlang samen een goedlopende tuinderij te hebben gerund. Er was schaamte omdat ma altijd het rekenwonder was geweest. Omdat zij heel de boekhouding tot in de puntjes had bijgehouden. En toen opeens wist zij niet meer hoeveel 1+1 was. Ze kon niet meer uit haar woorden komen, herkende mijn vader niet meer als haar man. ‘Het is niet eerlijk!’ zei hij dan. ‘Dat het na drieënveertig jaar huwelijk en hard werken zo met ons moet aflopen.’

Schaamte en teleurstelling

Ik was het niet eens met zijn ontwijkgedrag. Met het hermetisch afsluiten van hun woning voor de huisarts. De arts die het beste met hen voor had. Zijn advies om ma naar de dagopvang te brengen, ging er bij pa niet in. ‘Dat is mensonterend, ‘ zei hij dan. Wij konden het zelf wel, vond hij.  Als we maar ons best bleven doen, hoefde ma niet buiten de deur te komen. En zo gingen twee hele jaren voorbij. In die tijd ben ik slecht gaan slapen en dat is sindsdien altijd een probleem gebleven. Ik piekerde en tobde. Waar was ik in verzeild geraakt? Intussen groeiden mijn kinderen op en als ik nu op die kinderjaren terugkijk, weet ik dat ik veel van ze heb gemist omdat mijn hoofd bij mijn ouders was.

Net toen mijn pa wilde dat ik ma ook lichamelijk ging verzorgen, sloeg het noodlot toe. Daags van tevoren hadden we nog een woordenwisseling gehad. Ik wilde thuiszorg voor ma, hij wilde dat niet. Ik kon ma gemakkelijk iedere ochtend zelf wassen en aankleden, vond hij. Het was de eerste keer dat ik ‘nee’ tegen hem zei. Dat was niet gemakkelijk, want het voelde alsof ik dat ook tegen ma zei.

Hartinfarct

Dus was daar een enorm schuldgevoel toen wij hem op een zondagochtend zittend in zijn fauteuil aantroffen. Hij was anderhalve dag eerder aan een hartinfarct overleden. Ma stond ernaast en zei: ‘Hij is ziek, hij zegt niets meer.’ Ik probeerde haar duidelijk te maken dat hij dood was, maar dat drong niet tot haar door. Ze liep van me weg om een ogenblik later terug bij pa te gaan staan en dezelfde zin te herhalen. Zo had ze sinds zijn overlijden op die vrijdagavond,  vast vaker bij hem gestaan. Niet wetend wie hij ook al weer was en al helemaal niet beseft dat hij was overleden. Het was hartverscheurend om mijn ouders zo aan te treffen.

Toen wij op die koude zondagochtend in november bij mijn ouderlijk huis aankwamen was de deur op slot, de broodtrommel leeggegeten en het bed onbeslapen. De televisie stond sinds die vrijdagavond nog aan. De lampen brandden, de kachel stond op de hoogste stand. Ze wist niet meer hoe zij de deur kon openen. Ze wist niet meer dat je met een telefoon kon bellen. Niemand weet wat ma al die tijd daar alleen heeft gedaan.

Ma was heel blij ons te zien. In een opwelling liep ze naar het gasfornuis  om thee te zetten. Ze draaide het gas open, zette de ketel erop maar vergat de lucifers. Mijn oog viel op pa’s laatste shaggie, dat rustte op de rand van de asbak op de salontafel. Het was een wonder dat er ondertussen niet een nog groter drama was gebeurd.

Alles kwijt

Ik heb ma tenslotte bij ons in huis gehaald. Ik wilde dat ze bleef maar uiteindelijk had ik niet de ruimte en de juiste zorg voor haar. Na zes dagen is ze op sinterklaasavond in een verpleegtehuis opgenomen. Meteen op de gesloten afdeling, meteen bij de zwaarst dementerende bewoners. Ik heb het hele ‘heerlijke avondje’ gehuild omdat ik haar dit niet aan wilde doen. Dat machteloze gevoel is onbeschrijfelijk.

Ik had het gevoel in één klap mijn ouders en mijn thuis verloren. Want ook dat was verleden tijd. Met het leegruimen en te koop zetten van het ouderlijk huis, nam ik ook afscheid van mijn kindertijd. Het bos en de akkers waar niet alleen ik, maar ook mijn kinderen altijd met plezier hebben gespeeld.

De daaropvolgende jaren bezocht ik mijn ma in een vreemde omgeving omringt door steeds wisselende medebewoners. Het was een tijd van langzaam afscheid nemen. De harde kant van het leven, mensonwaardig, verdrietig en pijnlijk. Totdat ik ook van haar definitief afscheid moest nemen. De kleine vrouw waar ik mezelf nog dagelijks in terug zie.

Rijkdom

En dan hoor ik van andere vrouwen hoe druk ze het ervaren om er steeds voor hun ouders te moeten zijn. Ik hoor ze zuchten. Aan de ene kant begrijp ik hun stress om deze zorg te combineren met gezin en baan. Aan de andere kant zou ik ze willen zeggen: ‘Geniet van je ouders, zolang ze er nog zijn. Ze zijn de bron van waaruit jij geboren bent. Je herinneringen, je bestaan en je verleden. De toekomst zonder hen is een groot gemis. Ook al zijn ze niet meer als vanouds, zolang je hun hand vast kunt houden zijn ze er nog. Dat is een grote rijkdom.’