Site-archief

Mijn goede voornemen: loslaten.

img_2677

Niet lang nadat we elkaar nieuwjaar hebben gewenst en mijn wangen nog week aanvoelen van de vele natte zoenen komt die bekende vraag naar boven. Heb jij eigenlijk goede voornemens voor het komende jaar? Normaal doe ik daar niet aan mee. Maar dit jaar heb ik er wel een, al ben ik bang dat het een erg moeilijke wordt.

Het lege nest

Dit jaar gaat er binnen ons gezin namelijk veel veranderen. En als ik daaraan denk, krimpt mijn maag ineen. Sinds ik te horen heb gekregen dat niet alleen de oudste, maar nu ook de jongste (tijdelijk) uit huis gaat, weet ik niet goed hiermee om te gaan. Het is een natuurlijke verandering, ik weet het. Voor de kinderen ook een leuke en daarom gun ik het ze van harte. Maar ma ziet er toch wel een beetje tegenop.

Het is zelfs zo dat ze allebei in maart vertrekken en dat voelt nogal drastisch aan. Ik wilde het wegstoppen en het in stilzwijgen ondergaan. Ik zou me wapenen tegen de stilte door meer werk, meer quality time voor mezelf en meer boeken op mijn leeslijst te zetten. Door als een kip zonder kop gewoon door te gaan waar ik mee bezig was en er nog meer ‘to do’ dingen bij halen. Maar dat werkt niet, helaas. Ik moet niet als een struisvogel mijn kop in het zand steken voor de leegte die ze achterlaten maar er met opgeheven hoofd doorheen: het lege nestsyndroom

Positief bekijken

Moeders die mij voor zijn gegaan geven mij het vertrouwen dat er een rustgevende periode voor me aan gaat breken. Ik moet het positief bekijken. De bergen was, de dijk van een strijk, de wekelijks, torenhoge volgeladen boodschappenwagen. De hoge water-en energierekening. Dat zal ik zeker niet gaan missen. Maar dat is het dan ook wel.

Want als ik dan weer voor de zoveelste keer met mijn hoofd in hun stinkende wasmand duik, springen me nu al de tranen in de ogen. Van geluk dat het einde hiervan in zicht is? Nee, dat niet. Ik heb er nogal werk mee als moeder maar kan er niet na bijna vijfentwintig jaar, hup, binnen een maand, afstand van doen. Ik heb altijd met liefde voor ze gezorgd. Daar tegenover brachten zij ons gezelligheid met hun verhalen. Hun hulp als er weer iets kapot ging op electronica gebied, de auto of als mijn fiets niet meer reed. Ik gruwel bij de gedachte als ik straks staar naar twee lege stoelen aan tafel, twee lege kamers in ons grote huis waar manlief en ik nog slechts met zijn tweetjes wonen. Zal ik daar mijn draai in kunnen vinden?

Missie naar Mali

De oudste gaat samenwonen met zijn vriendin in hun verbouwde huis, gewoon hier in het dorp. Een natuurlijke, mooie, nieuwe levensfase breekt voor ze aan. Ik heb me al een jaar op zijn vertrek voor kunnen bereiden.

Maar de jongste vertrekt tot half augustus voor een missie naar Mali. Dat is toch andere koek.

Dus ja, mijn goede voornemen is, dat ik het onderga. Met opgeheven hoofd, bijna moederziel alleen. Want manlief neemt het allemaal met een korreltje zout. Die tilt er niet zo zwaar aan. Het is toch ook niet het einde van de wereld? Tja, het zal het moedergevoel wel zijn. Of misschien wel mijn sentimentele ik, die hun geboorte als de grootste rijkdom zie. De jongens zijn mijn enige vlees en bloed, mijn enige naaste familie. Mijn alles.

Gelukkig mag ik in augustus mijn goede voornemen laten varen, als de jongste weer terugkeert van Mali en zijn groene was weer uit de wasmand puilt. Tot die tijd moet ik het volhouden en ga ik dat doen zoals dat van een militairenmoeder verwacht wordt, stoer en zonder emotioneel gedoe. Slik.

 

 

 

 

Jongensmoeder

Wensjes en zelfgemaakte cadeautjes voor moederdag

De brievenbus zit weer vol reclamefolders met harten en bloemen. Met lieve lowbudget cadeaus speciaal voor kinderen. Het is weer zover: moederdag. Natuurlijk kijk ik ze door, voor mezelf, dat dan weer wel. Want ik ben moeder en heb twee zoons die me steeds vragen: ‘Wat moet je hebben ma?’

‘Ik moet niks, ik vraag niks, ik laat me liever verrassen,’ is elk jaar weer mijn antwoord. En dat is geen gemakkelijk antwoord. Liever horen ze: ‘Ach, ik hoef niets hoor. Ik heb jullie toch?’ Maar helaas, zó gemakkelijk komen ze er niet meer vanaf.

Moederdag zonder moeder

Het was 2011, het eerste jaar dat ik voor mijn moeder geen cadeau meer kon kopen. Haar bezoeken was ook niet meer mogelijk want ze was een jaar eerder overleden. Het was juist daarom rond moederdag zo’n gemis. Wekenlang had ik de reclames letterlijk weggeslikt. Ben ik in winkels met een grote boog om de bonbons en boeketten heengelopen. Het was zo moeilijk geweest. Ik had mails ontvangen van grote drogisterijketens met de vraag wat ik mijn moeder wilde schenken. Of nog erger: wat ging ik met mijn moeder die dag doen? Gezellig eten en genieten van onze hechte moeder/dochterrelatie? Dat kwam ongelofelijk hard binnen. Met een vloek en een zucht heb ik me uiteindelijk kranig door die commerciële poespas heengeworsteld.

Het was mijn eerste moederdag zonder moeder, maar ik prijsde mezelf gelukkig met mijn tienerzoons. Het was een zonnige zondag en nadat ik bij mijn ouders op het graf een bloemetje had gezet, verraste manlief mij bij thuiskomst met een kop koffie in de tuin. Met een scheef oog keek ik rond lunchtijd naar de slaapkamerramen van mijn jongens. De gordijnen bleven dicht, er zat weinig beweging in. Natuurlijk, die waren de avond ervoor nog uit geweest, dan mag je als moeder niet verwachten dat ze op tijd uit hun mandje komen.

Oeps! Vergeten?

Het was al na tweeën toen ze beiden naar beneden kwamen. De oudste griste haastig een croissant uit het broodmandje op tafel, beet er een stuk af en riep: ‘Hé, ik ben weg. Houdoe!’ Voor ik iets terug kon zeggen was hij alweer buiten en sprong op zijn fiets. Weg was hij. Geen ‘goedemorgen’, of ‘hé lekker croissantje’ nee, laat staan: ‘fijne moederdag’.

De jongste zat met een duf gezicht achter zijn ontbijt zijn telefoon te checken. ‘Weet jij soms wat voor dag het is vandaag?’ probeerde pa voorzichtig. Zijn vragende gezicht sprak boekdelen. Het nachtleven had het vast gewist. Ik hoefde niets van ze, had ik die week nog gezegd, als ze er die dag maar even bij stil zouden staan. Samen eten, misschien herinneringen aan oma ophalen? Het was allemaal al moeilijk genoeg.

Zelfgemaakte cadeautjes

Op dat moment kreeg ik heimwee naar hun kindertijd. Moederdag kon nooit vroeg genoeg voor ze beginnen. Al voor zevenen sprongen ze op ons bed en kropen tussen ons in. Het ongeduld wie het eerst zijn cadeautje zou geven. Ik herinner me nog het haperende opzeggen van hun wensjes. Die hadden ze op de kleuterschool speciaal voor mama gekleurd en met de juf ingestudeerd. Later kwamen de geknutselde cadeautjes: een ketting van aaneengeregen zelf geboetseerde kralen en een met plakkaatverf beschilderde broche. Alles met liefde gemaakt. Ik droeg het met trots. Die tijd was duidelijk voorbij.

De drukke tienertijd

Mijn zoon knikte met een volle mond brood naar mijn man: ‘híj zou voor het cadeau zorgen.’  Die zei bijna verontschuldigend: ‘De jongens hadden het zo druk dat ik maar iets heb gehaald.’ Uit zijn broekzak viste hij een klein doosje en gaf het aan mij. Enigszins teleurgesteld omdat ze wel heel gemakkelijk, pa hadden ingeschakeld, maakte ik het open. Op een watje lag een zilveren bedeltje voor mijn armband in de vorm van een jongetje. ‘Omdat je een jongensmoeder bent,’ probeerde mijn man het te verduidelijken. Ja één die altijd voor ze klaar stond, die alles voor ze regelde. Inderdaad tot cadeautjes aan toe. Ik had het zelf zover laten komen.

Om de dag goed af te sluiten

‘Je hoeft vanavond niet te koken mam,’ zei de jongste enkele uren later. ‘We gaan je helemaal verrassen.’ De oudste was inmiddels ook weer thuis en na wat gefluister en gestuntel in de keuken hield ik al mijn zintuigen open. Ik nestelde me voor de televisie in de woonkamer en liet hun geheimzinnigheid langs me heen gaan. In mijn hart voelde ik de opluchting dat deze moederdag niet mijn geschiedenis in zou gaan als de zwaarste ooit. In gedachten zag ik een feestelijk gedekte tafel met culinaire gerechten. Mijn jongens konden met hulp van pa immers best koken, dat mocht ik niet onderschatten. ‘Nou, ik ben benieuwd!’ gilde ik enthousiast vanuit de huiskamer met één oor luisterend naar wat de mannen in de keuken bekokstoofden. Tot een overbekende vette geur mijn neus prikkelde. Het zou toch niet?

Verdwaasd stond ik op en liep naar de keuken. Had ik opnieuw te hoge verwachtingen van mijn schatten gehad? Van haute cuisine was inderdaad geen sprake. Enkel een fles curry en een grote pot mayonaise sierden de tafel en vanuit de friteuse kwam de frietlucht me al tegemoet.

Tja, ik ben een jongensmoeder hè?

Je kinderen loslaten

Groene baret

Ja, ik ben supertrots op onze kinderen zonder studiebolstatus en uitzicht op een spectaculair hoge functie in de toekomst. Wat dat betreft hebben onze jongens duidelijk onze genen geërfd: technisch (pa) met een creatief inzicht (ma). Werken met de handen, niets mis mee toch? Aan technische vaklui is in de toekomst namelijk een ernstig tekort. De oudste zit stabiel en veilig op zijn plekkie in de landbouwtechniek maar bij de jongste is dat toch een ander verhaal.

Beroepsmilitair

Vorige week vrijdag stond hij in zijn groene kostuum met goudkleurige knopen voor me. De groene baret schuin op zijn opgeschoren hoofd. Mede door zijn strakke kaaklijn oogde hij stoer en zelfverzekerd. Onze zoon de korporaal, is op Soesterberg beëdigd als militair technicus bij het regiment van de technische troepen. Een hele mond vol voor een beroepsmilitair die de voertuigen en overig technisch materiaal bij defensie aan de praat houdt.

Voorlopig alleen in Oirschot. Yep, daar waar volgens Alberto Stegeman van het programma Undercover, kwistig wordt omgesprongen met zijn veiligheid. Shit ja. Iedereen kon tot voor kort zomaar op die basis terecht en dat in deze onzekere tijd.

Mijn zoon herkent het wel. Tuurlijk blijft die slagboom bij de ingang open als hij vlak achter een andere auto het terrein oprijdt. En ja, tuurlijk heeft elke monteur een sleutel van de voertuigen op het terrein. Dat eerste is misschien gemakzucht maar wat de sleutel betreft, is dat het vertrouwen onder het militair personeel. ( Geldt dat immers niet voor elk bedrijf?) In een oorlogsgebied moeten technici een voertuig in nood immers kunnen starten. Wij zijn benieuwd wat defensie hier aan gaat doen.

Enfin, ons soldaatje doet het toch maar. Wekenlang van huis gehuld in dezelfde camouflagekleding als waar hij als kind in speelde. Maar nu voor het echie. En moeders is trots, maar ook zo bezorgd. Militair zijn in deze tijd? Is dat wel verstandig? Kon je het hem niet uit zijn hoofd praten dan? Natuurlijk vind ik het eng maar wil mijn kind vooral gelukkig zien. Als hij als automonteur tot zijn pensioen, elke dag tegen heug en meug dezelfde garage binnenstapt wordt hij daar op den duur misschien wel depressief van. Dat wil je als moeder je kind toch ook niet aandoen?

Stilletjes hoop ik natuurlijk dat zijn legergroene tijd maar tijdelijk is. Dat hij op een dag toch de burgermaatschappij weer instapt. Dat deze tijd geruisloos voorbijgaat. Ik hoop dat, mocht het zover komen, hij straks veilig op de basis in het buitenland is. Dat hem de bommen en granaten niet om de oren vliegen of nog erger. Laatst wilde hij me geruststellen: ‘Misschien word ik wel niet uitgezonden, want IS zit overal hoor mam!’ Ik slikte. Lopen we allemaal geen gevaar dan? Hij haalde slechts zijn schouders op. Niemand weet immers wat ons nog allemaal boven het hoofd hangt.

Motorcrosser op gele Suzuki

Als kind al

Voor mij stond een volwassen kerel die wel weet waar hij mee bezig is en die altijd heeft geweten waar hij voor koos. Onze jongste die altijd de grenzen opzocht, zonder angst en onzekerheid. Ik dacht terug aan de ambitie en de adrenaline die hem als kind al sierde. Hoe hij zichzelf heeft leren fietsen. Zichzelf waagde aan de hoogste en snelste over-de-kop-achtbanen, zijn vuurwerkvoorraad onder zijn bed. (lag er toen al geen bom onder ons dak?) Dat ging gelukkig allemaal goed.

Daarna volgde zijn brommerperiode en bijna tegelijkertijd kwam de motorcross. Na een ouwe puch maxi en een snellere pitbike moest er een professionele crossmotor komen. Mijn vriendinnen zeiden: ‘Dat jullie dat allemaal maar goed vinden?’ Voor ons gevoel moest dat maar, hopende dat zijn beschermengel achterop zat. Maar terwijl ik hem gadesloeg bij de zoveelste sprong vanaf een heuvel hoog boven de crossbaan, was er ook vertrouwen. En dat kwam nooit alleen. Altijd voelde ik daarbij zijn geluksgevoel. Het geluk dat je je kind onvoorwaardelijk gunt.

En wat als het fout gaat? Zal ik dan geen spijt hebben dat ik het hem heb toegestaan? Misschien. Maar is het niet veel wranger als hij bijvoorbeeld ziek zou worden en dan spijt krijgen dat hij voorheen de dingen niet heeft gedaan waar hij zo gelukkig van werd? Dat hij zijn dromen niet heeft nagejaagd? Juist dan zou ik mij voor altijd schuldig voelen.

Dus ja, wij staan achter hem, laten hem los. Vuurwerk afsteken, motorcross, zelfs op missie in een gevaarlijk land. Natuurlijk hou ik mijn hart vast, natuurlijk lig ik ’s nachts wakker van alle risico’s die dat met zich meebrengt. Tegelijkertijd bedenk ik dat mijn oudste zoon stabiel en veilig op zijn werkplek, ook van alles kan overkomen.

Het lot beslist

En dat hebben we afgelopen week dan ook ruimschoots mogen ondervinden. De jongste heeft zijn baret nog maar net afgezet of hij heeft zijn auto in een sloot geparkeerd. Met de nodige blikschade en een bult op zijn hoofd kon hij niet ontkennen dat zijn beschermengel op de passagiersstoel heeft gezeten. De oudste die zo ‘veilig’op zijn werkplek stond te sleutelen kwam op een ongelukkig moment met zijn hand in een landbouwmachine klem te zitten. Ook dat liep wonder boven wonder goed af.

Je weet dus nooit wanneer ze veilig zijn. En ook al gaat er wel eens wat fout, (hopende dat ze er van geleerd hebben) blijven wij als ouders beretrots op onze jongens op wie ze zijn en wat ze doen. Maar ook een beetje trots op onszelf, want pa en ma doen het toch maar: loslaten.