Categorie archief: Memories

Het jaar uit met vuurwerk en carbid

Vuurwerkshow Blanes

Jarenlang is vuurwerk bij ons in december het gesprek van de dag geweest. Mijn jongste zoon spendeerde er al zijn zakgeld aan. Onder zijn bed en in de kledingkast op zijn kamer spaarde hij maandenlang zijn vuurwerkshow bij elkaar. Gelukkig rookte hij niet want zijn kamer was één gigantische vuurwerkbom. Zo onverantwoord en zo fout maar zijn enthousiasme was zo groot dat ik geen spelbreker wilde zijn. Toch sprak ik mijn angst uit bij de gedachte aan de gevolgen van een enkel vlammetje bij dat spul.

Soldaatje spelen

Inmiddels is hij beroepsmilitair maar als kind zat zijn liefde voor spanning en sensatie er al in. Destijds speelde hij op oudejaarsdag, gehuld in camouflagekleding, soldaatje met zijn neef die inmiddels zelfs werkzaam is in de vuurwerkbranche. Maar bommen maken en onveilig ermee omgaan was bij ons ten strengste verboden. Ze maakten er een complete veldslag van waarbij voor honderden euro’s de lucht in ging. Van de gekke natuurlijk, maar ik zei er niets van, in de hoop dat het wel over zou waaien.

Rugzak in de fik

Mijn oudste zoon was al jaren eerder genezen van vuurwerk. Hij had er immers toch geen geluk mee. Ook hij kocht op zijn dertiende een rugzak vol vuurwerk en ging er op oudejaarsdag mee naar het dorp om daar overdag wat te knallen. Wij hadden hem wel gezegd dat hij alleen mocht aansteken met een lont, dus ook die had hij in zijn tas zitten.

Die avond was hij op tijd weer thuis en zette zijn vuurwerkrugzak op de tafel in de bijkeuken. De bijkeuken die we nog maar pas aan ons huis hadden gebouwd en die nog rook naar nieuw. Daar lagen de katten rustig in hun mandjes te slapen. Hij wilde juist vertellen hoe vet het die dag was geweest, toen vanuit zijn rugzak het vuurwerk afging. De knallen en het geknetter vlogen hem letterlijk rond de oren, evenals de katten. Die van schrik krijsten en met een hoge rug en dikke staart tegen de muren omhoog vlogen. Een enorme rookontwikkeling was het gevolg en de roomwitte muren van onze nieuwe bijkeuken kleurden rouwig zwart. De geur van nieuwigheid was letterlijk in één klap verdwenen. De vuurpijlen en voetzoekers hadden vlam gevat van het lont wat hij niet helemaal goed had gedoofd. De schrik zat er goed in. Dat had dus ook kunnen gebeuren terwijl hij van het dorp naar huis was gefietst. Teleurgesteld dat zijn voorraadje nu danig was gekrompen, zette hij zijn smeulende, geblakerde rugzak buiten op de stoep. Er waren wonderwel nog wel wat hele vuurpijlen over voor oudejaarsavond maar die liet hij er in zitten. Dat had hij beter niet kunnen doen want onze hond die buiten liep, vond het zalig om er op te kauwen.

Gillende keukenmeid

Geen geluk ermee dus, net als zijn moeder. Want ook ik vond het altijd spannend om vuurwerk af te steken. Prachtig vond ik de kleurige fonteinen en voetzoekers, rotjes en vuurpijlen. Totdat ik op een dag van het schoolplein fietste en er zo’n gillende keukenmeid in mijn oksel bleef hangen. In een reflex draaide ik mijn hoofd weg maar met een fluitend en snerpend geluid had de pijl een groot gapend gat in mijn nieuwe jas gebrand. Ik gilde als een keukenmeid, was hevig geschrokken. Wat een enorme impact kan zo’n pijltje op je hebben. Het had veel erger met me af kunnen lopen. Dat gat in mijn jas vond ik niet zo erg, want het model vond ik nogal truttig, was een keuze geweest van mijn moeder. De jongens die schuldig waren, moesten een nieuwe jas betalen. Ik kan dus wel zeggen dat ik er twee nare ervaringen aan over heb gehouden. De angst voor vuurwerk en mijn moeder ging in de stad precies dezelfde trutjas halen.

Blanes

Het besef dat ik veel geluk heb gehad zat er diep in. Ik ging op oudejaarsdag de deur niet meer uit en rond middernacht treuzelde ik altijd om naar buiten te gaan. Dat was erg jammer want ik vond vuurwerk nog steeds schitterend. In 1986 gingen Henk en ik op vakantie in Blanes waar elk jaar medio juli een week lang iedere avond een prachtige vuurwerkshow is. Toen wij in 2008 in Blanes op vakantie waren met de jongens mochten ook zij genieten van dit vuurwerkspektakel. Prachtig om dan op het strand te genieten van de kleurige hemel en helemaal niet gevaarlijk.

Knallen met carbid

Inmiddels knalt onze jongste het jaar een stuk goedkoper uit. Er zit ook niet veel siervuurwerk meer bij. Hij heeft al jaren het carbid ontdekt. Oorspronkelijk wordt dit in een melkbus aangestoken. Maar natuurlijk kan het vat niet groot genoeg zijn. Samen met zijn vrienden knalt hij er op oudejaarsdag keihard op los. Dit jaar gebruiken ze zelfs een oude dieseltank van 2000 liter! Om in stijl te blijven met deze boerentraditie. En ja, daar hoort een pilsje bij tot diep in de nacht. Ook dat brengt gevaren met zich mee. Daar helpt de slogan: ‘je bent een rund als je met vuurwerk stunt’ dan niet meer aan. Dus hou ik als moeder opnieuw mijn hart vast en wens ik iedereen een knallende oudejaarsavond. Gezellig thuis of bij familie en vrienden, hopelijk niet op de Eerste Hulp. Fijne jaarwisseling!

Advertenties

Reünie op café

Belgisch bier en auto's uit jaren 80

Wat is er leuk aan om mensen die je jarenlang niet gezien of gesproken hebt weer te ontmoeten op een reünie? Wat bezielt ons om daarheen te gaan? Ik heb er vorige week weer een gehad en vond het gezellig om tussen de vijftigplussers herinneringen aan vroeger op te halen.

Happy Hour

Nee, het was geen reünie van familie of een school maar van een café. Een café wat net over de grens in België staat, dat tegenwoordig meer een koffiebar is. Het cafeetje waar ik begin jaren tachtig op de brommer heenging en waar ik mijn eerste trappist heb gedronken. Ik was zestien en meegevraagd door mijn vriendinnen van school die dit kleine barretje al eerder hadden ontdekt. Op zaterdag-en zondagavond zaten we al om zeven uur aan de toog (indrinken tijdens happy-hour) totdat we tegen half elf naar een grote discotheek in België gingen of naar een zaaltje waar een band speelde.

Via facebook en een goede vriend werd ik uitgenodigd voor deze reünie die in een Nederlands café plaats ging vinden. Dit café was eveneens nostalgie want ook daar was ik al die jaren niet meer geweest. De indeling was nog steeds hetzelfde maar het leek mij zoveel kleiner dan toen. En ik ben toch echt niet gegroeid!

Ik had nog gevraagd aan andere oude vrienden en vriendinnen om mee te gaan maar die waren niet zo enthousiast. Een reünie is immers ook een spannend evenement. Voor hetzelfde geld ken je er niemand meer van terug. Weet je ook niet wat je toch allemaal tegen die ‘wildvreemden’ moet vertellen? Ja, als je elkaar bijna 30 jaar niet gezien of gesproken hebt is dat zeker eng. Maar ik wilde de gok wel wagen.

Herman Brood fan

Eenmaal in de zaal moest ik toch wel even slikken. De vergrijzing had hier duidelijk de overhand. Veel cafégangers met een terugtrekkende haargrens, brede middenscheiding of gelijk zo kaal als een biljartbal. Gevulde heren, grijze haren, gerimpeld gelaat, vollere dames. Daar tussenin stond de oude discjockey die nog steeds fan van Herman Brood bleek te zijn, gezien zijn mouwloze t-shirt met gelijknamige opdruk en grote ravenzwarte kuif. Hij was duidelijk in de jaren tachtig blijven hangen, compleet met hangbuik en gekleurde lampjes in zijn schoenzolen. Alleen zijn rimpels verraadden dat hij al zeker 60+ moet zijn.

Matjeskapsels en snorren

Al kon ik bijna niemand tussen dit half bejaarde volk herkennen, IK werd dat wel. En dat was natuurlijk erg leuk. Minder was het om diegene die zo enthousiast mijn naam riep, totaal niet thuis te kunnen brengen. Gelukkig dat ik van alle kanten werd geholpen terwijl ik diep in mijn grijze hersenmassa dook. En inderdaad, ik moest even door de bril en het kapsel heen kijken alvorens bij mij een lampje ging branden.  Aan de andere kant van de zaal zwaaide niet veel later enthousiast een vrouw met kort grijs haar. Ik herkende haar alleen aan haar ogen. Alles leek aan haar veranderd, behalve haar blauwe kijkers en haar stem. En dat gold voor velen. De lange haren blond of bruin, de matjeskapsels of gepermanente krullebollen, de vele snorren: ze waren allemaal verdwenen.

Belsen en Ollanders

Onder de gasten waren naast Hollanders ook veel Belgen. ‘Amai! Gij bent nie veel veranderd, sunne! Nog sjuust dezelfde.’  ‘Wat dachte gij? Ik gaon effekes een pientje pakken op café’ Een Jupiler welteverstaan, grote glazen tegen een jaren 80 prijsje.

De band begon te spelen en al snel vulde de zaal zich met oude rockklassiekers. Al vanaf het eerste nummer gingen de midlife voetjes van de vloer. Maar ik had het druk met kletsen want tussen al dit grijs herkende ik steeds meer bekenden van toen. Hoe was het iedereen vergaan in de afgelopen dertig jaar? De een gescheiden, de ander gelukkig getrouwd. Naarmate het Belgisch bier rijkelijk werd getapt, vielen de grenzen weg. Herinneringen aan een oud Belgisch vriendje die niet op was komen dagen. Te druk natuurlijk als vader van vijf kinders. Amai!

Opel Manta’s voor de deur

En na de herkenning werden alle herinneringen aan het café en het eenvoudige interieur opgesomt. Flashbacks aan het voetbalspel dat eigenlijk altijd bemand was. Lol hebben om keihard de kurken bal door het café te shotten. En dan was daar de flipperkast die we meer als biertafel gebruikten. De kleurrijke discjockey die naast Herman Brood ook vaak the Police draaide, Iron Maiden, AC/DC maar ook de Dolly Dots en het schuifelplaatje ‘Je t’aime’. Het was de tijd dat ik voor het eerst hoorde van U2 met de hit; ‘I will follow’, een plaat die mij nog steeds aan die tijd doet terugdenken. Voor de deur stonden de Kreidlers, Zündapps en Puchs  tussen de allereerste Golfjes en de laatste Ford Capri’s en Opel Manta’s. De auto’s van toen waren gepimpt met joekels van mistlampen. En de vaste klanten hadden een doorzichtige groene zonneweringsticker op de voorruit geplakt met de naam van het café erop geprint.

We herinnerden ons de totaal onverwachte invallen van de rijkswacht. Hoe ik veel te  lang op het toilet was blijven zitten en buiten de deur door een agent werd opgewacht omdat ik verdacht klein was voor een zestienjarige. Ik had geen identiteitskaart maar uiteindelijk mocht ik met mijn bromfietsverzekering op café blijven. Dat was een geluk want vooral Hollanders waren vaak de pineut bij zo’n inval. Sommigen moesten met het politiebusje mee richting bureau en werden bang gemaakt met een nachtje cachot. Dat was minder.

Cafévoetbal

Weet je nog? Het Haacht bier waar je steevast elk weekend hoofdpijn van kreeg. Het meisje dat destijds stilzwijgend in korte tijd een dikke buik kreeg en nu een slanke moeder van een dertigjarige dochter is. De Amsterdamse uitbater van het cafeetje die na dertig jaar een Belgische tongval heeft gekregen. Op zaterdagmiddag voetballen tegenover het café, de trainingen die niets toevoegden aan ons talent. De liters spa Rood die ik daarbij dorstlessend heb leren drinken. Het donkere gangetje waar de kapstok was, waar je nooit je jas terug kon vinden maar tussen de leren jassen wel heel discreet kon zoenen.

Allemaal herinneringen

Gek hè dat je daar als vijftiger weer zo blij van kan geraken. (Op z’n Vlaams gezegd) En ik niet alleen. Die avond heb ik telefoonnummers uitgewisseld en belooft via facebook contact te houden. Want mocht er geen reünie van dit cafeetje meer komen, dan kunnen we elkaar altijd nog achterhalen. Om nog meer herinneringen op te halen gedurende de komende jaren van aftakeling en ouderdom. Terwijl we allemaal nog grijzer worden en haargrenzen nog verder terugtrekken houden we onze grens tussen Holland en België open: SCHOL!

Oude schoolagenda’s, dagboeken uit de eighties

Oude schoolagenda's

Bij het opruimen van de zolder kon ik de doos niet weerstaan waarin ik mijn schoolagenda’s bewaar. Ik had het kunnen weten. Voor ik het wist, was ik urenlang ondergedompeld in mijn tienertijd. De jaren 79’ tot en met 83’ met al zijn nostalgie. Een prachtige periode op de mavo waarin mijn creativiteit flink uit de verf kwam.

Aan het begin van elk schooljaar kocht ik naast mijn kaftpapier, schriften en andere schoolspullen bij de V&D, een nieuwe schoolagenda. Dat was meestal een popagenda met veel foto’s van musici uit die tijd. Uit het muziekblad ‘Popfoto’ of de ‘Hitkrant’ knipte ik foto’s van de bands en andere artiesten die mijn voorkeur hadden. Die foto’s plakte ik er dan bij. De artiesten die ik niet waardeerde werden voorzien van snorretjes en brilletjes. Elke agenda was een kruising tussen een scrapbook, dagboek en schetsboek. Naast mijn huiswerk pende ik er mijn belevenissen van het weekend in, gedichtjes en wat ik verder allemaal had gedaan maar dan voornamelijk buiten schooltijd.

1978-1979

Mijn agenda van de eerste klas van de mavo was nog braaf. Veel plaatjes van katten, 7 up en cola. En de film Grease met John Travolta en Olivia Newton John. Ik was gek van Blondie, Kate Bush, Herman Brood soms nog Abba maar de rockbands Kiss en Status Quo domineerden al. Huiswerk en behaalde punten werden nog netjes opgeschreven. Jammer dat een vriendin later dat jaar met waskrijt de naam van vriendje Ad op elke bladzijde heeft gekrast.

1979-1980

Het tweede jaar was rampzaliger. Veel pagina’s zijn vastgeplakt en met Tipp-ex heb ik het schooljaar op de kaft gekwast. De inhoud belooft niet veel goeds want op de eerste bladzijde staat in koeienletters gestift:’DAGBOEK DER ELLENDE‘. Maar het valt reuze mee. De middagen dat ik met vriendinnen in de stad rondhing en de eerste weekenden dat ik uitging waren natuurlijk beregezellig. De plaatselijke soos en de eerste popfestivals uit de naburige dorpen beschreef ik uitvoerig net als de elpees die ik regelmatig kocht in een alternatieve platenzaak. Mijn kleding-en muzieksmaak was rock met een grote R. Spijkerjasje van Lois, superstrakke spijkerbroek van Levi’s (dat hoorde gewoon zo, andersom kon echt niet) en snoeiharde rockmuziek vermengd met Fleetwood Mac, the Police en the Pretenders.

De puntenlijst was wel beneden niveau en niet alleen bij mij. Sommige vriendinnen moesten van school en gingen naar de Spinazieacademie, of wel de huishoudschool. Ik kreeg een herkansing voor de tweede klas. Ik hoopte dat ik wiskunde, een verplicht vak voor de kunstacademie, daardoor wel ging snappen want voor mij lag een creatieve toekomst in het verschiet.

1980-1981

Dit schooljaar was een makkie en behoorlijk gezellig. Voorheen had ik in een meidenklas gezeten met, echt waar, veel stadse kakkers die onder de les hun haren krulden met een krultang. Zwaar opgemaakte dames die de kraag van hun bloesjes omhoog zetten en hun pastelkleurige truien over de schouders hingen. Het was moeilijk geweest om bij mezelf te blijven. Nu kwam ik in een gemengde klas met voornamelijk dorpskinderen. Ik werd verkozen tot klasse-oudste en moest bij elke les het klasse-boek meebrengen waarin het strafwerk en de uitgezette leerlingen werden opgeschreven. Daar stond mijn naam ook veelvuldig tussen, misschien gaf ik met die functie toch niet helemaal het goede voorbeeld.

Het was een wild jaar zo te zien. Met deze agenda is veel gegooid want hij valt bijna van ellende uit elkaar. Op de kaft een foto van Angus Young. De AC/DC  gitarist die beroemd werd door zijn schooluniform met schooltas op de rug en zijn eigenzinnige loopje op het podium.

Dit jaar zijn alle bladzijden met viltstiften gekleurd en voorzien van stickers, advertenties en krantenartikelen van plaatselijke muziekbands die ik bezocht. Ergens daartussenin een krantenknipsel van de romantische bioscoopfilm ‘The Blue Lagoon’ met natuurlijk een foto daarbij van Christopher Atkins, de blonde krullenbol die ik wel een lekker ding vond. Mijn vriendje van toen had echter halflang zwart haar.

Schooljaar 81′-82

Dat jaar heb ik gekozen voor scheikunde in mijn vakkenpakket waardoor ik dat lesuur in een jongensklas terechtkwam. Maar dat vond ik alleen maar gezellig. Je kon als meisje ook gewoon vrienden zijn met jongens, zonder te zoenen. Jongensdingen vond ik stoer, daar hield ik eigenlijk wel van. Daarom in deze agenda veel foto’s van crossmotors, een rode Kreidler (want die had mijn vriendje) en bier. Daartussenin de onver(meid)elijke romantische gedichtjes met plaatjes van zoenende stelletjes. En een paar pagina’s met foto’s van de populaire televisieserie Dallas waar ik geen aflevering van kon missen. Ergens op een bladzijde heb ik eind april 1982 het concertkaartje van Queen geplakt, mijn eerste grote concert in de Groenoordhal in Leiden. Ik ging er samen met mijn vriendin Jorine heen. Wat een onvergetelijke ervaring was dat!

1982-1983

Deze agenda valt vanzelf open op de bladzijde waarop ik een oud verzekeringsplaatje van mijn brommer heb vastgelijmd. De bordeauxrode Puch Maxi waar ik overal mee naar toe scheurde.

Deze agenda oogt al een stuk rustiger door de keurig schuingetekende arceringen over de huiswerkopdrachten. Tegenwoordig noemen we dat een vorm van Zentangle. Geen schreeuwerige teksten meer van vriendinnen die mijn agenda vol kalkten met jongensnamen waarop ik verliefd zou zijn. Hier en daar nog wel songteksten van populaire liedjes en consumptiebonnen van de cafés die ik in de weekenden bezocht. Het Belgisch uitgaansleven en de Belgische bieren domineren. Ik heb er zelfs de Vlaamse vorkjes van de friettent bijgeplakt. In 1983 had ik immers verkering met een Belgische jongen wiens naam gedurende dit schooljaar in kunstzinnige lettertypes mijn agenda sierde.

1983 was een keerpunt. Mijn examenjaar, mijn eerste echte liefde, mijn eerste grote liefdesverdriet en mijn eerste baan. Het jaar dat ondanks de goede examenpunten voor mij niet geweldig was. Dat jaar stond ik op een kruispunt waarop ik naar mijn gevoel de verkeerde afslag heb genomen. Mijn droom om iets creatiefs te gaan doen bleek een luchtbel die knapte, waardoor mijn zin om te tekenen helaas afnam. Er was ook geen tijd meer voor want ik had een baan. Daardoor was dit mijn laatste schoolagenda en verdween daarmee tevens mijn laatste stukje creativiteit.

Met veel melancholie sla ik deze agenda dicht en stop hem samen met de anderen terug in de doos. Mijn dromen van toen zijn voor een groot gedeelte inmiddels de realiteit van vandaag. Met een grote omweg ben ik toch weer op het creatieve pad terecht gekomen om er niet meer vanaf te stappen. (Lees mijn vorige blog: De tekenles van mijn leven) Ik gebruik ook weer een agenda maar die is wat dunner, overzichtelijker en draagt niet meer de titel; ‘dagboek der ellende’. 

Gelukkig maar.

 

 

 

 

De snoertjesgeneratie

Gsm-teleoons

Geboren in de Sixties

Het digitale leven gaat snel, steeds sneller lijkt het wel. En als ik de gebruiksaanwijzing van de nieuwste gadgets wil snappen, wat nooit rap genoeg lukt, zorgt dat voor verdomd ongemakkelijke stress. Soms heb ik de gedachte dat mijn Sixties brein alleen maar trager wordt van het ‘updaten’. En daar baal ik dan zo van.

Manlief begrijpt dat nog, zit immers in hetzelfde schuitje, maar de jongens rollen met hun ogen als ik hen voor de honderdste keer iets wil vragen over mijn Iphone. Tja ik ben nog van de snoertjesgeneratie en vind wifi een wonder, als ik bereik heb tenminste. Ik snap bovendien niks van dataroaming, het nut van mijn ‘persoonlijke hotspot’ en hoe bluetooth precies werkt. Of is het desinteresse misschien? Whatever!

De bakelieten telefoon

Telefoons zijn tegenwoordig draadloos en lijken vooral bij de jongere generatie aan de hand geplakt. Iets wat in de jaren 80 ondenkbaar was. Bij ons thuis kregen wij nadat wij jarenlang bij de buren hadden gebeld, in 1978 pas ons eerste exemplaar.

Een beige variant die, heel vernieuwend, in de huiskamer op de kast stond en niet aan de muur hing zoals bij velen. De gemiddelde telefoon uit die tijd was namelijk van zwart bakeliet, hing meestal in de gang en kende maar één ringtone. Met een draaischrijf draaide je het nummer, de wat modernere hadden al druktoetsen en een aantal meter snoer. Zo’n ‘nieuw’ exemplaar hadden wij dus. Toch was dat niet handig als mijn vriendje belde en ik privé wilde kletsen. Dan moest ik nog in de koude gang op de trap gaan zitten. Maar ik wist niet beter.

De triltelefoon

Uiteindelijk ben ook ik, al ruim tien jaar mobiel overal bereikbaar, al ontkennen mijn jongens dat stellig. Maar dat heeft een goede reden.

Voor mijn eerste smartphone heb ik drie prepaid zakformaatjes gehad, totdat de laatste tijdens een toiletbezoek de pot indook. En ik er achteraan. Ik heb het ding meteen uit elkaar gehaald en te drogen gelegd. Dat had ik mijn zoon ook zien doen nadat ik zijn telefoon in een bont wasje had meegedraaid. Maar deze keer mocht het niet baten. Hij bleef continue trillen en daardoor trok mijn batterij snel leeg.

Dan toch maar naar de telefoonwinkel waar ik mijn triller op de balie legde. Mijn telefoon leek een eigen leven te leiden en kroop zoemend richting de verkoopster. Ze trok vragend haar wenkbrauwen op en ik deed mijn uiterste best om er zo’n onschuldig mogelijk gezicht bij te trekken:

‘Nadat hij een maand geleden in het water is gevallen, blijft hij maar trillen in mijn broekzak. Is hier niets aan te doen?’ De verkoopster kon haar lach niet inhouden en proestte: ‘Heeft u hier nog zolang mee rondgelopen?’ Ik kleurde natuurlijk van oor tot oor.

Snoerloze stress

Sindsdien draag ik mijn smartphone niet meer in mijn zakken. Ik kon erop wachten: onderweg zit hij in mijn tas, maar thuis raak ik hem regelmatig kwijt. Elke keer bekruipt mij dan een gevoel van hevige stress want het is een drama als dat dure ding zoek is. En dan heb ik het nog niet over mijn telefoonnummer en de vele foto’s. Je hele hebben en houden kwijt, ligt ik weet niet waar en dat geeft dan weer veel rompslomp met de verzekering en een nieuw nummer. Dit soort stress zorgt voor een hartklopping van het ergste soort.

Terwijl het zweet al over mijn rug parelt sprint ik naar de vaste telefoon. Op zulke momenten verlang ik terug naar het snoertjestijdperk van toen. Mijn eigen mobiel bellen. Een gemakkelijk te onthouden nummer was destijds dan ook een vereiste toen ik mijn eerste prepaid telefoon kocht.

Vanuit de besteklade in de keuken trommelt het bamboeriedeltje van mijn Iphone. Het klinkt als muziek in mijn oren. Ik zucht van opluchting. De schrik die inmiddels mijn hoofd als een boei heeft bereikt, lijkt meteen terug te zakken naar mijn tenen. Pfff! Ik open de besteklade maar kan mij niet herinneren wanneer ik het ding daarin heb achtergelaten. Alzheimer light? Of had mijn Sixties brein even geen wifi? Ik denk vooral het laatste.

‘Een pickup, wat is dat mam?’

Elpees en singles uit de jaren 80

Een greep uit mijn rockclassics op vinyl

In 1989 had ik eindelijk een gave platenverzameling bij elkaar gespaard toen de cd op de markt kwam. Tja, de platen bleven weliswaar regelmatig hangen met de duidelijk hoorbare ‘tik’ of klonken vals, trokken krom door de warmte en waren gevoelig voor krassen. Ik nam het allemaal voor lief en vond het jammer dat cd’s het zwarte vinyl gingen vervangen. Maar een stereotoren waarin een platenspeler, cdspeler en cassettedeck waren verwerkt, liet me langzaam wennen aan een nieuwer tijdperk. Terwijl ik jaren later, toch nog stuiptrekkende pogingen deed om mijn platen op cassettes op te nemen, kochten we een auto met daarin uitsluitend een radio-cdspeler. De autoverkoper lachte me uit nadat ik gevraagd had naar een radio met cassette. ‘Maar mevrouwtje (vooral dat ‘tje’ irriteerde me mateloos), dat is toch uit de tijd?’ Ik had even een korte ingeving om een cassettebandje in die grijns op zijn gezicht te duwen. Grrrrrrrr.

Gadgets, apps en downloaden

Als ik achterom kijk, is er in de laatste dertig jaar veel veranderd. Ook op muziekgebied gaat het snel en dat valt niet altijd in goede aarde bij deze middle-aged muziekfanaat.Het lijkt met periodes te komen waarin ik van alles moet leren en afleren. De tijd vliegt voorbij. Nieuwe gadgets (ik heb er jaren over gedaan om te begrijpen wat dat waren), nieuwe apps, nieuwe besturingssystemen en abracadabrataal rondom de computer. Alle foto’s bewaren in ‘the Cloud’? In plaats van in een fotoalbum plakken? Muziek koop je niet meer, maar moet je downloaden voor op je Mp 3 (ook al een gadget die ik heb overgeslagen). Maar als moeder sta ik overal voor open, al heb ik wel gemerkt dat ik niet alles als een koe zonder kop moet downloaden. Mijn kinderen lachen en zuchten erom. Ze rollen wat af met hun ogen. Ik probeer dan ook om zelf zoveel mogelijk uit te vogelen met mijn vriend ‘google’. Die les heb ik van hen geleerd. En niet alleen als ze problemen ondervinden met de computer of hun telefoon. Hoelang ze een ei moeten koken, wat dat rammeltje is onder de motorkap of hoe verzorg ik mijn aquarium? Mijn zoons zoeken alles op google, dus dan ik ook maar.

Classic rock

Ondanks dat vroeger alles zo simpel was, (inclusief hun ouders), hebben mijn jongens dan weer wel respect voor mijn muzieksmaak. Mijn oudste zoon vindt rockmuziek vet en zijn favoriete feestband WC Experience speelt veel nummers uit de jaren 80 en 90 met een Brabantse tongval en dito tekst. Geinig toch? Mijn jongste zoon speelt luchtgitaar op muziek van Guns ’N Roses en AC/DC. Dat is tof, niet dan?  Toen ik vorig jaar nog een doos met elpees van zolder haalde voor een oude elpeeparty bij vrienden hadden zij zelfs interesse in mijn classic rockcollectie. Elpees die ik al jaren niet meer kon draaien omdat de ‘complete’ stereotoren uit 1989, inmiddels een natuurlijke dood was gestorven. Dat bracht de jongens op een idee.

Platenspeler of Pickup

Op mijn vorige verjaardag werd ik daarom verrast met een groot cadeau. Uitbundige vreugde nadat ik een spiksplinternieuwe platenspeler uitpakte. Wow! Wat was ik hier blij mee. Wie had ooit gedacht dat ik al die zuurverdiende elpees van vroeger nog zou kunnen beluisteren?

Mijn jongste zoon installeerde de nieuwe ‘pickup’. Dat woord kende hij niet.  Ik lachte en zuchtte. Toen het ding eenmaal was aangesloten op de boxen moest er natuurlijk meteen een gave elpee worden gedraaid. Maar hij wist het even niet meer. ‘Waar is dit voor?’ Hij hield een ronde zwarte dop omhoog met een gaatje erin. ‘Dat is voor de singeltjes,’antwoordde ik. ‘Wat is een singeltje? En wat wilt 33 of 45 toeren zeggen?’ Hij keek mij vragend aan. Hij wist het echt niet. Manlief en ik wisselden een veelzeggend oogcontact. Heerlijk die vragen, die onwetendheid van hem. Ik zuchtte en rolde vanzelfsprekend met mijn ogen: ‘Dat kun je toch googlen?’

<a href=”http://www.bloglovin.com/blog/14725675/?claim=rrj7jmgyt2u”>Follow my blog with Bloglovin</a>

 

Kerstboom vol herinneringen

IMG_1404Hij staat er weer, mijn kerstboom met een allegaartje aan glitter en glamour. Niet dat ik dat jammer vind. Het is net als mijn servieskast die ook verschillende dessins in porselein heeft. Tja, dat heb je als je ouders niet meer leven en je hun huisraad erft. Ik ben er erg dankbaar voor want ik kan de liefde nog voelen als ik de versieringen door mijn handen laat gaan. Het geeft elk jaar weer een melancholiek gevoel om in de dozen met kerstspullen te neuzen naar de nostalgie van toen. Om de ballen weer te bewonderen zoals ik dat toendertijd bij Vroom & Dreesman ook heb gedaan.

Bontgekleurde kerstversiering

Het was de winter van 1968. Mijn ouders zetten dat jaar voor de eerste keer van hun leven een kerstboom. Ik was toen alweer bijna drie jaar oud en ze deden dat vooral voor mij. Ik mocht bij mijn mama achterop de fiets mee naar Breda om bij de V&D de mooiste kerstversiering uit te zoeken. Natuurlijk koos ik voor gekleurde lampjes en de meest uiteenlopende bonte versieringen voor in de boom. Een schitterende cyclaamrose met felgeel gekleurde piek  ( ik heb nooit meer een mooiere gezien), twee groene vogeltjes die je met een klemmetje kon bevestigen op een tak. Wit besneeuwde kerstklokjes van plastic en een klein rood kerstmannetje. Tenslotte mocht ik mijn mooiste kerstbal uitzoeken met een prachtig verloop van blauw naar een diep avondrood. Er is een ster op gelijmd van kunstsneeuw. De ster, die de drie koningen in het kerstverhaal moesten volgen naar de stal. Deze bal heb ik nog steeds, ik ben er altijd extra zuinig op geweest.

Mijn mama  had ook enkele dozen met ‘gewone’ kerstballen gekocht. En plastic ballen om onderin de boom te hangen. Gezien mijn kinderlijk enthousiasme wilde ze niet dat alles gesneuveld was voor de kerst. Het is toch een hele onderneming voor haar geweest om zonder scherven thuis te komen. De tassen aan haar stuur puilden uit en ik zat achterop de bagagedrager te wiebelen van opwinding. Ik kon niet wachten tot we de boom gingen versieren. Ze heeft dat nadien nog vaak verteld. Ik heb daar altijd respect voor gehad want een auto hadden we bij ons thuis toen nog niet.

Kersemus

Papa haalde die avond de kerstboom en de daaropvolgende jaren ‘gewoon’ bij ons uit het bos. Daar ging je toch niet voor betalen? Het was wel een hels karwei om die door de deur te krijgen zonder dat hij zijn naalden verloor. Mama stond er altijd met de stofzuiger naast. Dat ging meestal niet zonder stemverheffing. Als papa daarna de opdracht kreeg om de snoer met lichtjes weer opnieuw uit de knoop te halen, kwam ook bij hem de lichte irritatie van ‘die verrekte kersemus’ naar boven. Ik zie mijzelf  er nog opgewonden bij staan, dat gemopper van hem kon mijn pret niet bederven. Jaren later toen ik de You Tube videos zag van het oudere paar Tini en Lau Kersemus die in een zelfde gefrustreerde bui hun huis in kerstsfeer brachten, moest ik er zó om lachen. Wat een herkenbaarheid!

Ballen met een verhaal

Als dan eindelijk de boom was versierd, kon ik er uren bij gaan staan. De schitterende lichtjes die weerkaatsten in de glanzende versieringen. Mijn gezichtje dat kijkend in de ballen, als in een lachspiegel vervormd leek. Ik was trots op ‘mijn’ keuzes, elk jaar weer. Het kerstmannetje mocht zelfs mee naar de kleuterschool en heeft in de boom van de juf gehangen. Hij hangt anno 2015 nog steeds aan hetzelfde rode elastiekje, een voorloper van het ijzeren kerstbalhaakje.

De witte kerstklokjes waren het jaar daarop aan de beurt, maar mijn lievelingsbal durfde ik niet mee te nemen. Bang dat hij zou breken. Ook de vogeltjes mochten niet mee. Mijn vader vond ze te mooi met hun nylon staartjes. Die waren zijn favoriet.IMG_1255

Kerststal

Onder de boom staat nu mijn vaders kerststal. De stal die hij op vier jarige leeftijd van Sinterklaas cadeau heeft gekregen. Een simpel bouwpakket uit 1934 met een achtergrond van de woestijn van Bethlehem. Het dak van riet is inmiddels al enkele keren vervangen.

In oude kranten van dagblad de Stem uit de jaren zestig zitten de beschilderde beeldjes van gips. Ze missen her en der stukjes verf en sommigen hebben een dikke lijmrand rondom de hals. Eén koning blijft al jaren in de doos. Zijn hoofd is kwijt, zit in de WAO en laat dus verstek gaan. De kerststal heeft dan ook veel te verduren gehad door mijn speelgedrag. Ik zag het meer als een poppenhuis en liep met de figuren de hele kamer door. De antieke beeldengroep die ondanks zijn beschadigingen het kerstverhaal uitbeeldt.

Mijn vader had veel respect voor de stal. Hij hing er altijd een lampje van de kerstverlichting in zodat die sprookjesachtig verlicht was. Hij versierde het gammele rieten dakje met coniferentakken en legde die ook rondom de stal zodat de koningen en de kameel een zachte ondergrond hadden. De geur ervan zal ik nooit vergeten.

Kerstrood

Ik mag nu weer een paar weken genieten van de oude kerststal en de nostalgische kerstversiering tussen mijn ‘nieuwe’ rode ballen die ik er in al die jaren daarna heb bijgekocht. In dieprood, de kleur van de liefde maar vooral de kleur van kerst. Nee, ik ben niet trendgevoelig. Traditie overheerst.

Misschien dat mijn jongens later deze kerstspullen gebruiken om hun huis in kerststemming te brengen. Al is het alleen maar dat zij nog eens terugdenken aan hoe ik met hun opa en oma kerst heb gevierd, aan hoe ik heb genoten van de bling-bling in een sobere tijd. Voor mij zijn het kostbare herinneringen die onvervangbaar zijn. Al het moois van toen dat zoveel jaren heeft overleefd. Ik geniet in ieder geval weer met volle teugen van mijn oude meuk en hoop dat iedereen net zo’n sfeervolle kerst als ik mag beleven. Schitterende kerstdagen allemaal!