Categorie archief: Emotie

Ma’s popje

Fifi het bloemenmeisje, stoffen pratende pop

Mijn moeder was een meelevende vrouw die het verafschuwde als ze dementerende vrouwen zag met een pop op schoot. Op de verpleegafdeling van mijn oma was dat namelijk het geval. Ze kon het niet aanzien. Ze vond het mensonterend om ouderen daarmee te zien.Twintig jaar later lag zij zelf met een pop in bed. Maar niet zomaar een pop en niet om te knuffelen en verzorgen, maar een pop om tegen te praten: Fifi.

Kinds

Deze week zou mijn moeder 87 jaar zijn geworden en is het alweer bijna 7 jaar geleden dat ik tijdens het waken bij haar sterfbed in het verpleegtehuis deze pop vond. De pop lag tussen de lakens. Ik schrok ervan. Ik was ook niet eerder op de hoogte gesteld dat zij met een pop in bed sliep. Net als mijn moeder had ik het altijd kleinerend gevonden als ouderen met een pop werden opgezadeld door de verpleging. Ze haalden daarmee het kind in de oudere naar boven net als zoveel herinneringen uit hun jeugd. Vroeger werd het woord ‘dementie’ vaak vervangen door het minachtende ‘kinds’. Alsof deze mensen hun volwassen persoonlijkheid waren verloren. Dus mijn ontdekking deed me veel pijn.

Ontspannend en troostend

Maar het schijnt juist ontspannend te werken voor deze mensen. Net als de bezoekjes van peuters en echte kittens. Mijn moeder werd altijd opgewekter van klein, levend grut op de afdeling. Daarom heeft ze destijds deze pop gekregen om haar te blijven prikkelen. Het pastelkleurige popje van slechts 35 centimeter met een zachte vulling zou haar rustiger maken door de hoge, lieve kinderstem waarmee zij tegen mijn moeder sprak. Het was de pop waartegen ze brabbelde, want duidelijk praten lukte door de afasie niet meer. Sinds haar overlijden zit de pop naast mijn bed en druk ik af en toe op haar buikje waarna ze zegt:    O, hallo ik ben Fifi, je bloemenvriendin!  Boterbloempjes en Madeliefjes, je bent mijn beste vriendin. Wow! Kom je spelen? O, bloesem, de bloemblaadjes ik ben het vergeten.                                                                                  Daag! We zien elkaar gauw weer terug!.’

Naast de tranen van ontroering, die elke keer bij het horen van haar stem over mijn wangen rollen, voel ik ook de vertedering van deze stoffen pop. Ik kan mij heel goed voorstellen dat het mijn moeder kalmeerde en het vertrouwen en de aandacht gaf waar zij als dementerende altijd naar bleef verlangen. De opgewekte, lieve stem van Fifi doet ieders hart verwarmen.

Kinderserie

Fifi en haar bloemenvriendjes  (klik op de link en bekijk een aflevering) was destijds een kinderserie die bij Nickelodeon op televisie kwam. Omdat mijn zoons toen al niet meer naar Nickelodeon keken was ik niet bekend met de guitige pop in de vorm van een vergeet-me-nietje. Hoe toepasselijk! Ik vond het bovendien mooi dat juist deze pop mijn moeder een fijn gevoel gaf. Fifi woont in een gele gieter, en is net als mijn moeder vroeger, druk in haar moestuintje. Daar zaait en oogst ze haar groente en fruit. Daarbij heeft zij veel bloemenvriendjes die haar helpen om alles te laten groeien en bloeien.Via deze serie leren kinderen veel over de natuur dichtbij huis.

Levensechte robotkat

Fifi is destijds in een speelgoedwinkel gekocht, misschien wel omdat mijn moeder overdag veel naar de kinderserie keek. Dat zou het zorgteam hebben gemotiveerd om haar de pop cadeau te doen. Ik zal het nooit zeker weten.

Via google ben ik  op zoek gegaan naar poppen voor dementerenden. Want hoe lief en troostend de pop voor mijn moeder ook was, ik bleef het zien als een vernederend object. Ik kwam daarbij op de site van de dementie-winkel.nl. waar mij duidelijk werd dat de vele soorten poppen er ook voor kunnen zorgen dat dementerenden minder gaan ronddwalen en minder medicatie nodig hebben. Nog meer pluspunten naast het veilige geluksgevoel dat een pop kan geven. Mijn verbazing was groot uit het enorme aanbod. Zelfs knuffeldieren. En naarmate we allemaal wel eens in ons achterhoofd houden dat ook wij in de toekomst dementerend kunnen worden, heb ik voor mezelf al een keuze gemaakt :een robotkat. Een poes die waanzinnig veel lijkt op mijn eigen kat, met een ademhalingsbeweging en gezellig gespin. Levensecht en met een hoog knuffelgehalte.

Ik hoop echter dat ik hem nooit zal krijgen.

Mijn goede voornemen: loslaten.

img_2677

Niet lang nadat we elkaar nieuwjaar hebben gewenst en mijn wangen nog week aanvoelen van de vele natte zoenen komt die bekende vraag naar boven. Heb jij eigenlijk goede voornemens voor het komende jaar? Normaal doe ik daar niet aan mee. Maar dit jaar heb ik er wel een, al ben ik bang dat het een erg moeilijke wordt.

Het lege nest

Dit jaar gaat er binnen ons gezin namelijk veel veranderen. En als ik daaraan denk, krimpt mijn maag ineen. Sinds ik te horen heb gekregen dat niet alleen de oudste, maar nu ook de jongste (tijdelijk) uit huis gaat, weet ik niet goed hiermee om te gaan. Het is een natuurlijke verandering, ik weet het. Voor de kinderen ook een leuke en daarom gun ik het ze van harte. Maar ma ziet er toch wel een beetje tegenop.

Het is zelfs zo dat ze allebei in maart vertrekken en dat voelt nogal drastisch aan. Ik wilde het wegstoppen en het in stilzwijgen ondergaan. Ik zou me wapenen tegen de stilte door meer werk, meer quality time voor mezelf en meer boeken op mijn leeslijst te zetten. Door als een kip zonder kop gewoon door te gaan waar ik mee bezig was en er nog meer ‘to do’ dingen bij halen. Maar dat werkt niet, helaas. Ik moet niet als een struisvogel mijn kop in het zand steken voor de leegte die ze achterlaten maar er met opgeheven hoofd doorheen: het lege nestsyndroom

Positief bekijken

Moeders die mij voor zijn gegaan geven mij het vertrouwen dat er een rustgevende periode voor me aan gaat breken. Ik moet het positief bekijken. De bergen was, de dijk van een strijk, de wekelijks, torenhoge volgeladen boodschappenwagen. De hoge water-en energierekening. Dat zal ik zeker niet gaan missen. Maar dat is het dan ook wel.

Want als ik dan weer voor de zoveelste keer met mijn hoofd in hun stinkende wasmand duik, springen me nu al de tranen in de ogen. Van geluk dat het einde hiervan in zicht is? Nee, dat niet. Ik heb er nogal werk mee als moeder maar kan er niet na bijna vijfentwintig jaar, hup, binnen een maand, afstand van doen. Ik heb altijd met liefde voor ze gezorgd. Daar tegenover brachten zij ons gezelligheid met hun verhalen. Hun hulp als er weer iets kapot ging op electronica gebied, de auto of als mijn fiets niet meer reed. Ik gruwel bij de gedachte als ik straks staar naar twee lege stoelen aan tafel, twee lege kamers in ons grote huis waar manlief en ik nog slechts met zijn tweetjes wonen. Zal ik daar mijn draai in kunnen vinden?

Missie naar Mali

De oudste gaat samenwonen met zijn vriendin in hun verbouwde huis, gewoon hier in het dorp. Een natuurlijke, mooie, nieuwe levensfase breekt voor ze aan. Ik heb me al een jaar op zijn vertrek voor kunnen bereiden.

Maar de jongste vertrekt tot half augustus voor een missie naar Mali. Dat is toch andere koek.

Dus ja, mijn goede voornemen is, dat ik het onderga. Met opgeheven hoofd, bijna moederziel alleen. Want manlief neemt het allemaal met een korreltje zout. Die tilt er niet zo zwaar aan. Het is toch ook niet het einde van de wereld? Tja, het zal het moedergevoel wel zijn. Of misschien wel mijn sentimentele ik, die hun geboorte als de grootste rijkdom zie. De jongens zijn mijn enige vlees en bloed, mijn enige naaste familie. Mijn alles.

Gelukkig mag ik in augustus mijn goede voornemen laten varen, als de jongste weer terugkeert van Mali en zijn groene was weer uit de wasmand puilt. Tot die tijd moet ik het volhouden en ga ik dat doen zoals dat van een militairenmoeder verwacht wordt, stoer en zonder emotioneel gedoe. Slik.

 

 

 

 

Wereldlichtjesdag

Wereldlichtjesdag, kaarsjes in een hart op de begraafplaats

Aanstaande zondag 11 december is het weer zover: Wereldlichtjesdag ook wel Worldwide Candle Lighting.

Ontstaan in Amerika

In 1997 is in Amerika Worldwide Candle Lighting ontstaan  vanuit The Compassionate Friends. Een groep lotgenoten bestaande uit ouders van een overleden kind. Elk jaar worden op de tweede zondag van december overal ter wereld om 19.00 uur kaarsjes ter nagedachtenis aan deze kinderen aangestoken. Door de verschillende tijdzones zal er die dag een golf van licht over heel de wereld schijnen. Een erg mooi, liefdevol en warm gebaar dat tijdens deze donkere dagen voor kerst het verlies letterlijk en figuurlijk wat lichter maakt voor de nabestaanden.

Steeds meer plaatsen doen mee

Nog niet elke gemeente doet mee, maar in ons dorp Gilze zijn enkele jaren geleden een aantal vrijwilligers samengekomen om dit initiatief vorm te geven. Zij organiseren dit vanuit de kerk waarbij iedereen vanaf 18.15 uur welkom is, ook de niet-gelovigen onder ons. Het is voor iedereen die een overleden kind wilt herdenken, ongeacht of het doodgeboren is of op latere leeftijd is overleden. Het is en blijft je kind. Of het nu vorig jaar was of een halve eeuw geleden, het gemis zal er altijd zijn. Geen kind is zo aanwezig dan het kind dat wordt gemist. Niet alleen ouders maar ook grootouders, broers, zussen en andere familieleden zijn welkom tijdens deze herdenkingsbijeenkomst.

Iedereen krijgt bij de ingang een kaars aangeboden. Op de kaars mag je de naam van het kind schrijven. Elk jaar is er een ander thema. Zo was er het thema tijd, liefde en sterren. Daarom is het elk jaar weer anders maar steeds sfeervol en vooral warm. De bijeenkomst wordt muzikaal omlijst door een jongerenkoor en jeugdige muzikanten. Daarnaast worden verhalen en gedichten voorgedragen door de vrijwilligers. Deze doen dit met zoveel gevoel omdat zij zelf of in de directe omgeving een overleden kind hebben. Maar ook kunnen andere lotgenoten hier aan bijdragen. Het is alweer drie jaar geleden dat mij, als ouder van een overleden kind, werd gevraagd om mee te doen aan deze bijeenkomst. Natuurlijk kon ik dat niet weigeren. Ik ben in de pen gekropen en heb een gedicht geschreven wat ik destijds heb voorgelezen.

Verlies in seizoenen

Lente

Jonge, groene blaadjes omwikkelen de takken, frisse bloesems kleuren mijn wolk roze. De lucht ademt een tedere, aangename bries terwijl in mijn buik het grootste wonder groeit. De eerste trapjes, de lichte bolling van mijn silhouet, ik geniet, dit prille leven belooft een zonnige toekomst.

Zomer

Warm gekleurde bloemen, de geur van pas gemaaid gras. Gele korenvelden onder een strakblauwe hemel en mijn verwachtingsvolle buik rond als de zon. Plots verraadt de hitte een onheilspellend onweer, slaat om in een zware onweersbui waarin tijdens een weeënstorm mijn kind wordt geboren.

Herfst 

Bewolkte hemel, bladeren vallen en waaien heen. Regenkoud hemelwater spoelt mijn gelukkige toekomst weg. Mijn hoop en geluk hangen gevangen tussen stapelwolken en kunnen een kille storm niet verweren. Hij raast overdonderend over mij heen maar rondom mijn kind blijft het doodstil.

Winter

Sneeuw en ijs bedekken vorstelijk de dagen, mijn gekoesterde moederliefde bevroren. In een koufront van tranen zoek ik diepbedroefd naar het einde van deze bittere eeuwigheid. Verlang ik in een dichte mist naar de adem van mijn kind.

Lente

In mijn armen draag ik een schreeuwend verdriet en in mijn schoot rust een peilloos diep tranendal. Terwijl de nevelige lucht een eindeloos verlangen ademt naar de warmte van mijn kind.

Zomer

Vergeelde weilanden, verwelkte bloemen. Waar is de schoonheid van het leven? Waarom zie ik de zonnige kant niet meer? In mijn hart koester ik de liefde voor mijn kind dat voor altijd verenigd is met de natuur. En de zomerse hitte brandt de zoveelste wolkbreuk los.

Herfst

De onbestendige, rouwende regen valt en een warme wind waait mijn tranen weg. Voor even. Om na de zoveelste opklaring weer in een stortbui de bladeren van de bomen te rukken. Wisselvallig weer met hier en daar een opklaring. Mijn dichte wolkenhemel verandert in sluierbewolking.

Winter

Tijdens een vorstvrije kwakkelwinter kan het tranendal niet bevriezen. Rouwende bomen waaien hun kale takken maar verliezen niets meer. Ik verlang naar de eerste lentedag met goede voorspellingen, waarop ik intens kan genieten van een regenboog, maar voor altijd zonder mijn kind. 

B. de Bont (oktober 2013)

Zee van licht

Na de bijeenkomst worden de kaarsen aangestoken en gaan de nabestaanden met hun brandende kaars in een stoet richting de begraafplaats die met nog meer kaarsjes feeëriek is verlicht. Je kunt daar de kaars in een ijzeren hart op de grond zetten wat een heel mooi effect geeft. Ook kun je er voor kiezen om de kaars bij het monument voor het jong gestorven kind of op het graf van jouw kind te plaatsen. Iedereen is er vrij in om te doen waar zijn of haar gevoel ligt. Schitterend zal het zeker weer zijn maar vooral troostend want al die kaarsjes verjagen het donkere gevoel in jouw rouwende hart.

Beleef samen met al die andere ouders deze warmte want dichterbij kan je kind niet zijn.

Voor meer informatie kijk op de facebookpagina van Wereldlichtjesdag Gilze

 

 

 

 

De zorg voor mijn ouders

img_2595

Als midlifer ben je nu op een leeftijd dat je ouders oud zijn, vaak hulpbehoevend en sukkelend met de gezondheid. Of je pa of ma is alleen en voelt zich eenzaam. Dan is het belangrijk om er als kind voor hen te zijn, al is dat niet altijd met het geduld wat ze nodig hebben. Maar soms heb je helemaal geen ouders meer, zoals ik. Ik zou willen dat ze er ondanks hun ziekte nog waren. Dat ik nog even hun hand vast kon houden en met ze kon praten. Gewoon om te laten zien waar ik trots op ben: mijn jongens met hun vriendinnen en wat ze bereikt hebben en hoe wij nu als gezin in het leven staan. Het is een groot gemis dat het niet meer kan.

De weg kwijt

Ik ben de zorgfase voorbij. Mijn pa is alweer dertien jaar geleden overleden. Mijn ma is na negen jaar vasculaire dementie, in 2010 gestorven. Toen ik voor mijn ouders ging zorgen, was ik nog maar vijfendertig. Ik kende destijds geen vrouwen van mijn leeftijd die in dezelfde fase zaten. Dat miste ik. Het enige wat wij gemeen hadden was de zorg voor onze nog kleine kinderen. Dus reed ik bij wijze van spreken, met de kinderen op de achterbank, mijn ouders naar de kledingwinkel, het ziekenhuis en de kerk. De bank en de geriater en ging met hen op familievisite. Ik was hun boekhouder, hun huishoudster, kokkin, vertrouweling, chauffeur en enige steun en toeverlaat. Ik vond het niet meer dan normaal dat ik nadat zij jarenlang voor mij hadden gezorgd, de rollen omdraaiden. Er was ook geen keus. Ik ben enig kind en kwam van de een op de andere dag in die zorgsituatie terecht.

Het is niet eerlijk

Ik zocht ezelsbruggetjes voor de vergeetachtigheid van mijn ma. Ik probeerde  haar huishouden zolang mogelijk op de rails te houden. Dit deed ik met de hoop dat haar dementie stabiel zou blijven zodat zij zolang mogelijk thuis kon blijven wonen. Mijn pa die mantelzorger was, had het ondanks mijn hulp erg zwaar. Ik zag dat wel, hij rookte steeds meer en had veel stress doordat hij de ziekte van ma maar moeilijk kon accepteren. Hij kon niet geloven dat zijn grote liefde, zowel letterlijk als figuurlijk de weg volledig kwijt was. Hij benoemde deze teleurstelling na jarenlang samen een goedlopende tuinderij te hebben gerund. Er was schaamte omdat ma altijd het rekenwonder was geweest. Omdat zij heel de boekhouding tot in de puntjes had bijgehouden. En toen opeens wist zij niet meer hoeveel 1+1 was. Ze kon niet meer uit haar woorden komen, herkende mijn vader niet meer als haar man. ‘Het is niet eerlijk!’ zei hij dan. ‘Dat het na drieënveertig jaar huwelijk en hard werken zo met ons moet aflopen.’

Schaamte en teleurstelling

Ik was het niet eens met zijn ontwijkgedrag. Met het hermetisch afsluiten van hun woning voor de huisarts. De arts die het beste met hen voor had. Zijn advies om ma naar de dagopvang te brengen, ging er bij pa niet in. ‘Dat is mensonterend, ‘ zei hij dan. Wij konden het zelf wel, vond hij.  Als we maar ons best bleven doen, hoefde ma niet buiten de deur te komen. En zo gingen twee hele jaren voorbij. In die tijd ben ik slecht gaan slapen en dat is sindsdien altijd een probleem gebleven. Ik piekerde en tobde. Waar was ik in verzeild geraakt? Intussen groeiden mijn kinderen op en als ik nu op die kinderjaren terugkijk, weet ik dat ik veel van ze heb gemist omdat mijn hoofd bij mijn ouders was.

Net toen mijn pa wilde dat ik ma ook lichamelijk ging verzorgen, sloeg het noodlot toe. Daags van tevoren hadden we nog een woordenwisseling gehad. Ik wilde thuiszorg voor ma, hij wilde dat niet. Ik kon ma gemakkelijk iedere ochtend zelf wassen en aankleden, vond hij. Het was de eerste keer dat ik ‘nee’ tegen hem zei. Dat was niet gemakkelijk, want het voelde alsof ik dat ook tegen ma zei.

Hartinfarct

Dus was daar een enorm schuldgevoel toen wij hem op een zondagochtend zittend in zijn fauteuil aantroffen. Hij was anderhalve dag eerder aan een hartinfarct overleden. Ma stond ernaast en zei: ‘Hij is ziek, hij zegt niets meer.’ Ik probeerde haar duidelijk te maken dat hij dood was, maar dat drong niet tot haar door. Ze liep van me weg om een ogenblik later terug bij pa te gaan staan en dezelfde zin te herhalen. Zo had ze sinds zijn overlijden op die vrijdagavond,  vast vaker bij hem gestaan. Niet wetend wie hij ook al weer was en al helemaal niet beseft dat hij was overleden. Het was hartverscheurend om mijn ouders zo aan te treffen.

Toen wij op die koude zondagochtend in november bij mijn ouderlijk huis aankwamen was de deur op slot, de broodtrommel leeggegeten en het bed onbeslapen. De televisie stond sinds die vrijdagavond nog aan. De lampen brandden, de kachel stond op de hoogste stand. Ze wist niet meer hoe zij de deur kon openen. Ze wist niet meer dat je met een telefoon kon bellen. Niemand weet wat ma al die tijd daar alleen heeft gedaan.

Ma was heel blij ons te zien. In een opwelling liep ze naar het gasfornuis  om thee te zetten. Ze draaide het gas open, zette de ketel erop maar vergat de lucifers. Mijn oog viel op pa’s laatste shaggie, dat rustte op de rand van de asbak op de salontafel. Het was een wonder dat er ondertussen niet een nog groter drama was gebeurd.

Alles kwijt

Ik heb ma tenslotte bij ons in huis gehaald. Ik wilde dat ze bleef maar uiteindelijk had ik niet de ruimte en de juiste zorg voor haar. Na zes dagen is ze op sinterklaasavond in een verpleegtehuis opgenomen. Meteen op de gesloten afdeling, meteen bij de zwaarst dementerende bewoners. Ik heb het hele ‘heerlijke avondje’ gehuild omdat ik haar dit niet aan wilde doen. Dat machteloze gevoel is onbeschrijfelijk.

Ik had het gevoel in één klap mijn ouders en mijn thuis verloren. Want ook dat was verleden tijd. Met het leegruimen en te koop zetten van het ouderlijk huis, nam ik ook afscheid van mijn kindertijd. Het bos en de akkers waar niet alleen ik, maar ook mijn kinderen altijd met plezier hebben gespeeld.

De daaropvolgende jaren bezocht ik mijn ma in een vreemde omgeving omringt door steeds wisselende medebewoners. Het was een tijd van langzaam afscheid nemen. De harde kant van het leven, mensonwaardig, verdrietig en pijnlijk. Totdat ik ook van haar definitief afscheid moest nemen. De kleine vrouw waar ik mezelf nog dagelijks in terug zie.

Rijkdom

En dan hoor ik van andere vrouwen hoe druk ze het ervaren om er steeds voor hun ouders te moeten zijn. Ik hoor ze zuchten. Aan de ene kant begrijp ik hun stress om deze zorg te combineren met gezin en baan. Aan de andere kant zou ik ze willen zeggen: ‘Geniet van je ouders, zolang ze er nog zijn. Ze zijn de bron van waaruit jij geboren bent. Je herinneringen, je bestaan en je verleden. De toekomst zonder hen is een groot gemis. Ook al zijn ze niet meer als vanouds, zolang je hun hand vast kunt houden zijn ze er nog. Dat is een grote rijkdom.’

25 jaar mama

Bloemstuk voor kindergraf

Het had een feestelijke mijlpaal in zijn leven moeten zijn. Over een paar dagen is het precies 25 jaar geleden dat ik mama ben geworden. Mama van Sjors die maar 2 maanden oud is geworden. De afgelopen 25 jaar heeft daarom slechts uit herinneringen bestaan. Het is niet anders.

Ook na zoveel jaren verdient ons manneke dat we op zijn geboortedag even bij hem stilstaan. Het is een traditie geworden om elk jaar op zijn graf een bloemetje te leggen met een persoonlijk gedicht. Meer kunnen we hem helaas niet meer geven. Dat klinkt heel zwaar maar naast het gemis en verdriet is er ook veel moois gegroeid, dat mag ik niet ontkennen.

Herhaling

Vorige maand was ik toevallig in het academisch ziekenhuis waar ik 25 jaar eerder met mijn bolle buik op een speciale controle kwam. Die dag, een maand voor de uitgerekende datum, had ik een hartverscheurende diagnose over de gezondheid van mijn kind gekregen. Ik voelde weer de angst die ik destijds samen met mijn ongeboren zoon meedroeg. Het zit zo diep in me dat ik dat gevoel nooit zal verliezen.

Naast mij in het toilet stond een hoogzwangere vrouw, onwennig, onzeker, bang. Haar stemming was bedrukt, haar ogen zochten die van haar man die zichtbaar aangeslagen in de kale gang op haar stond te wachten. Het was duidelijk dat ze hier voor de eerste keer waren. Doorgestuurd door de gynaecoloog vanuit het vertrouwde ziekenhuis uit haar stad. Een koude windvlaag sloeg om mijn hart, ondanks de warmte stond het kippenvel op mijn armen. Ook bij haar was het waarschijnlijk mis. Wat voelde ik een intens medelijden met deze aanstaande moeder. Alsof ik mijzelf weer zag, vijfentwintig jaar geleden.

Zilveren troontje

Het verschil met toen was dat ik nu gewoon het ziekenhuis uit kon lopen, mijn huidige gezinsgeluk tegemoet. Dit angstmoment zou weer naar de achtergrond schuiven. Het zou weer verdwijnen in de diepste vezels van mijn lijf en stil blijven liggen totdat ik weer in een dergelijke situatie terechtkom waarbij mijn gevoelens weer naar boven komen.

Want een gezond kind is voor mij niet meer vanzelfsprekend. Daarvoor heb ik te veel ellende gezien in het kinderziekenhuis. Elk kind dat het levenslicht ziet, vind ik dan ook een wonder. Ik heb mijn twee gezonde jongens die na Sjors zijn geboren daarom als een groot geluk ervaren en ben daar enorm dankbaar voor. Ik denk echt dat Sjors er altijd voor ze is en over ze waakt. Daarom heeft hij in mijn hart zijn eigen zilveren troontje gekregen. Als dank voor zijn ‘aanwezigheid’ in de afgelopen 25 jaar. Een speciaal plekje voor hem alleen.

 Lieve Sjors 

De tijd verjaart in seizoenen van gemis

Omdat jij er lijfelijk niet bent

Omdat ons leven niet volledig is

Maar ons gezin leeft voort

En tikt het geluk steeds aan

Zonder jouw stem

Zonder jouw bestaan

Toch voelen wij altijd jouw warmte

Jouw hulp

Je laat ons nooit alleen

Want

Jouw liefde dringt overal doorheen.

                                                           Liefs Mama

Boek Tegenwind, de moeizame periode rondom het verlies van mijn baby

Ben je benieuwd naar het volledige levensverhaal van Sjors? Bezoek de speciale facebookpagina van Tegenwind. Het boek is nog steeds te bestellen via Bol.com

De boerenovertrek

Boerenovertrek: huifkar vol feestende jongeren

Tja, en dan ineens heeft mijn zoon samen met zijn vriendin een huis gekocht. Ze gaan samenwonen. ‘Dat moet gevierd worden,’ hebben de vrienden en vriendinnen van het stel bedacht. Met een beetje hulp van de ouders moet dat wel lukken natuurlijk.

Een overtrek strijken?

Een paar dagen voor de grote dag kreeg ik een berichtje van een vriendin van mijn schoondochter. De vriendengroep wilde een ‘boerenovertrek’ voor het stel organiseren. En of ik mijn strijkplank en strijkijzer die dag even kon missen. Nou moet ik zeggen dat ik totaal niet bekend was met het fenomeen ‘boerenovertrek’ dus heb ik het berichtje drie keer gelezen voordat er een kwartje ging vallen. Och ja, een soort van vrijgezellenfeestje voor samenwonenden dus. Wist ik veel. Pa moest het berichtje ook even op zich in laten werken voordat ook hij het begreep. In West-Brabant is dit nog niet zo bekend. Het had dus niets van doen met een dekbedovertrek dat gestreken diende te worden. Aaaah zo!

Boerentraditie

Onder twintigers is zo’n overtrek helemaal hot en happening. Dus heb ik navraag gedaan waar die traditie vandaan komt. Op zijn boerenklompen gezegd: ‘is het via via over komme waoien uit d’n polder’. Vroeger werd een boerenovertrek door het nieuwe buurtschap geregeld. Het boerenstel werd met een huifkar opgehaald alsmede hun inboedel en die werd naar de nieuwe boerderij verhuisd. Onderweg werd bij elk café even gestopt voor een borreltje. Een soort van verijdelde kroegentocht dus. Omdat mijn zoon en diens vriendin beiden in de agrarische sector werken, had het geheel met recht een boerentintje.

Huifkar vol bier

Het was een verrassing. Dus zondagmiddag was het nog spannend om mijn zoon en zijn vriendin aan de praat te houden. Het zou toch niet zo zijn dat ze het in hun hoofd gingen halen om meteen uit bed te vertrekken naar, weet ik waarheen? De hele vriendengroep zou naar ons huis komen met een lunch, koffie en de nodige alcoholische versnaperingen. Dat viel niet mee na het zwaar lichamelijk feestje van de vorige avond dat tot vroeg in de ochtend had geduurd. De kater was echter snel vergeten toen de tractor met huifkar voor ons huis stopte. Dat ging in de buurt niet ongehoord voorbij. Een vriend van mijn zoon had ervoor gezorgd dat een goede beat tot ver in de omtrek te horen was. Een complete draaitafel met enorme boxen op de kar maakten het feestje compleet. De ‘boerinnen’ droegen hotpants en rode zakdoeken en een enkeling een boerenpet. De ‘boeren’ droegen alleen een fles bier. Maar mijn zoon en zijn vriendin moesten ondanks de hitte, een dik koeienpak dragen bij alle spelletjes die ze nog gingen spelen.

‘Mocht die zwetende bilnaad morgen toch wat gaan irriteren dan heeft moeders daar nog wel een zalfje voor hoor,’ zei pa een beetje plagend. Tja, dat zorgen moet ik nu toch echt af gaan bouwen.

Mannen die strijken

Op het erf werd mijn strijkplank en strijkijzer in gereedheid gebracht. Het eerste spel kon beginnen. Het ging erom wie binnen drie minuten het beste een blouse kreukvrij kon strijken. Nou was ik niet bang voor het resultaat van mijn schoondochter maar mijn zoon had nog nooit een strijkijzer vastgehouden, laat staan iets gestreken. Ik ben ook nog van de generatie waarbij moeder, het strijkwerk zonder mopperen op zich heeft genomen en het blijft doen tot hij het ouderlijk huis verlaat. Mannen die strijken vind ik zelfs een beetje verwijfd, maar het is tegenwoordig de normaalste zaak van de wereld bij de jongere generatie. Och arme, het menneke. De blouse werd een beetje onhandig over de plank getrokken en ook het strijkijzer gleed daar een beetje onwillig overheen, maar het resultaat was uiteindelijk een plaatje.

Na het spel werd alles (voornamelijk kratten bier en flessen wijn) in de huifkar geladen en werd onder het gebonk van de house van tegenwoordig een tweede fles bier opengetrokken. Dat hadden ze wel verdiend op deze hete zondagmiddag. De vrienden klommen weer op de huifkar en zongen en sprongen op de muziek. Die reed niet veel later langzaam maar schuddend de straat uit. Heerlijk! Duidelijk een moderne versie van de boerenovertrek. Van nostalgie was allang geen sprake meer.

Hilarische spellen

Na een rondje door het dorp werd de huifkar aan de kant van de weg geparkeerd tegenover de stamkroeg. Daar moesten zij een auto wassen. Met natte nauwkeurigheid werd de opdracht voltooid. En ook hier werd nadien weer op een alcoholische beloning getrakteerd voordat de menigte naar het tijdelijk onbewoonbaar verklaarde stulpje van het stel reed.

Aldaar wachtte een smetteloos wit doek hen al op. De opdracht was: het schilderen van het mooiste deel van de partner. Ik was hier niet bij, maar kan mij er wel een voorstelling bij maken welk lichaamsdeel zij van elkaar aan het canvas hebben toevertrouwd. Hun kunst zou daarom wel beperkt blijven tot de slaapkamermuur. Onder het genot van jawel, een biertje en een koppijnwijntje zijn hun schilderijen beoordeeld waarna de reis werd voortgezet naar het ouderlijk huis van schoondochter. Daar moest tenslotte een taart versierd worden en opgegeten. En bij zo’n mond vol, moet nogal wat weggespoeld worden. Dus maar weer een biertje en een borrel.

Dorstlessende afsluiting

Aan de overkant van de straat werd in het café de boerenovertrek tenslotte met het nodige gerstenat en druivensap op alcoholbasis afgesloten. Rond negen uur streek zoonlief weer neer op het ouderlijk nest. Zijn armen en shirt onder de verf, doodop, spierpijn en met ogen die alleen nog maar dicht wilden, stond hij te tollen op zijn benen. Hij was de enige niet, maar dat was ook het weinige dat hij nog met zekerheid kon zeggen. De boerenovertrek was geslaagd, maar daadwerkelijk verhuizen kan pas over een half jaar als hun huis verbouwd is. Dan staat er een ‘housewarming’ op de planning. Zonder bezweet koeienpak maar met opnieuw de nodige verfrissende dorstlessers. Een traditie is er om in ere te houden, nietwaar?

Medische misser? Het zal je kind maar treffen.

Herinneringen aan mijn overleden baby

Overlijdenskans hoger tijdens weekend

Het is al een week geleden dat bij RTL nieuws aandacht werd besteed aan het overlijden van te veel baby’s in de Nederlandse ziekenhuizen en dan met name in de weekenden. De afgelopen 3 jaar waren dat 104 baby’s. Het bericht kwam als een mokerslag bij me binnen. Zo’n bericht haalt bij ons als ouders opnieuw emoties los want juist op een zaterdagnacht is onze zoon Sjors door blunderende verpleging op de zuigelingenafdeling overleden. Ik vind het schokkend dat na 25 jaar de zorg rondom baby’s in Nederland niet is verbeterd en dat er in de weekenden nog steeds minder personeel werkzaam is dan door de weeks.

Herinneringen van machteloosheid

Ik heb dit nieuws bewust even laten bezinken maar het raakt me zo diep dat ik het niet kon nalaten om hierover een blog te schrijven. Onze zoon lag al uren levenloos in zijn bedje alvorens de verpleegster hem vond. Jaren van getouwtrek om de waarheid boven water te krijgen, borrelen weer op. Zowel mentale als fysieke pijn, machteloosheid en wanhoop. Boosheid en wantrouwen naar ziekenhuizen, en dan met name dát ziekenhuis.

Een kinderziekenhuis, nota bene!

Ik voel de onmacht van de ouders van baby Janou, die hun tragische verhaal doen tijdens de nieuwsuitzending. Tal van gynaecologen en verloskundigen reageren via social media met hun meningen en excuses. Het zou nogal schorten aan hun samenwerking op de verloskamers. Maar het zijn niet alleen de specialisten die verantwoordelijk zijn voor dit sterftecijfer onder baby’s. Het heeft me jaren gekost voordat de professor die verantwoordelijk was voor Sjors, toegaf dat de dienstdoende verpleegster die nacht onzorgvuldige zorg had verleend.

Rommelige zorg

‘Het was rommelig op de afdeling,’ had de professor als excuus gebruikt. ‘Ook was zij de enige verpleegster op tien babybedjes.’ O ja, is dat zo? Kort na zijn overlijden wilden we dat graag persoonlijk aan haar vragen maar dat werd resoluut de grond in geboord. Ze zou het psychisch niet aankunnen om ons onder ogen te komen. En wij dan? Ik wilde er zo graag een gezicht bij zien, het uit haar mond horen dat ze het die nacht niet bij kon benen. Daardoor zag ik in mijn ergste dromen lang het beeld voor me, van een chillende verpleegster die in haar kantoortje voor de televisie hing terwijl mijn zoon lag te sterven.

Pas vijf en een halfjaar later kregen we na veel onverschilligheid en ontwijkgedrag van het ziekenhuis, het zorgdossier onder ogen. Er ontbrak uitgerekend van die nacht een vel uit het dossier van de verpleging. In het artsendossier was flink geknoeid. Hoe het scenario er van die nacht werkelijk heeft uitgezien was voor ons onleesbaar en niet meer te achterhalen.

Tegenover ons zat een schouderophalende professor die niets anders kon dan zijn excuses aanbieden in het belang van het ziekenhuis en zijn carrière. De verpleegster was inmiddels met de noorderzon vertrokken en daarom was een ontmoeting met haar wederom uitgesloten.

Te hoog sterftecijfer voor te hoge zorgkosten

Ik troostte mezelf dat mijn correspondentie en gesprekken met dit zorgteam toch nog ergens goed voor waren geweest. Dat ze ervan hadden geleerd. Ik hoopte dat ze in het vervolg ouders van overleden zuigelingen beter en eerlijker gingen informeren en nog veel belangrijker: het hoge sterftecijfer van baby’s in Nederlandse ziekenhuizen flink daalde. Maar het blijkt niet veel invloed te hebben gehad, helaas niet. De cijfers zijn nog steeds bedroevend hoog: 8 op de 1000 geboren baby’s sterft in een Nederlands ziekenhuis. In België is dat nog 6. In Finland is dat ‘maar’ 2 tot 3. Waarom is de babysterfte in Nederland zo hoog?

Ze gebruiken er tegenwoordig een ‘mooi’ woord voor: ‘calamiteiten’ Een rampzalig woord voor het onvoorziene vervolg van het verkeerd verstrekken van medicijnen en het slecht bijhouden van dossiers. Inschattingsfouten en het nalaten van overleg met een arts. Althans dat was in ons geval.

Sjors is in die tijd urenlang door de beste chirurgen en volgens de nieuwste technieken geopereerd maar omdat er tijdens de herstelperiode geen goede nazorg was, is al dat werk, tijd, geld en vooral de pijn van onze jongen, voor niets geweest.Dan mag het toch best eens gezegd worden dat de zorg, waar we hier in Nederland krom voor moeten liggen, beter kan? Dat het in ieder geval niet onnodig levens moet kosten. De meest kwetsbare groep patiënten zijn vaak het slachtoffer van het lage aantal zorgverleners in het weekend. Niet alleen baby’s maar ook ouderen. Is dat omdat zij zich minder kunnen verweren? Dat zij niet op het belletje kunnen drukken naast het bed?

Het blindelings vertrouwen dat je kind in het ziekenhuis in goede handen zou moeten zijn, is daarom voor ons ver achterhaald. Ik denk dat de ouders van Janou en al die andere ouders van overleden zuigelingen zich hierin kunnen vinden. Helaas. Het dragen van dit onvergetelijk groot verdriet weegt daardoor alleen maar zwaarder.

Medische missers op de zuigelingenafdeling, ik kon er helaas een boek over schrijven:boek Tegenwind

Boek Tegenwind, de moeizame periode rondom het verlies van mijn baby

Jongensmoeder

Wensjes en zelfgemaakte cadeautjes voor moederdag

De brievenbus zit weer vol reclamefolders met harten en bloemen. Met lieve lowbudget cadeaus speciaal voor kinderen. Het is weer zover: moederdag. Natuurlijk kijk ik ze door, voor mezelf, dat dan weer wel. Want ik ben moeder en heb twee zoons die me steeds vragen: ‘Wat moet je hebben ma?’

‘Ik moet niks, ik vraag niks, ik laat me liever verrassen,’ is elk jaar weer mijn antwoord. En dat is geen gemakkelijk antwoord. Liever horen ze: ‘Ach, ik hoef niets hoor. Ik heb jullie toch?’ Maar helaas, zó gemakkelijk komen ze er niet meer vanaf.

Moederdag zonder moeder

Het was 2011, het eerste jaar dat ik voor mijn moeder geen cadeau meer kon kopen. Haar bezoeken was ook niet meer mogelijk want ze was een jaar eerder overleden. Het was juist daarom rond moederdag zo’n gemis. Wekenlang had ik de reclames letterlijk weggeslikt. Ben ik in winkels met een grote boog om de bonbons en boeketten heengelopen. Het was zo moeilijk geweest. Ik had mails ontvangen van grote drogisterijketens met de vraag wat ik mijn moeder wilde schenken. Of nog erger: wat ging ik met mijn moeder die dag doen? Gezellig eten en genieten van onze hechte moeder/dochterrelatie? Dat kwam ongelofelijk hard binnen. Met een vloek en een zucht heb ik me uiteindelijk kranig door die commerciële poespas heengeworsteld.

Het was mijn eerste moederdag zonder moeder, maar ik prijsde mezelf gelukkig met mijn tienerzoons. Het was een zonnige zondag en nadat ik bij mijn ouders op het graf een bloemetje had gezet, verraste manlief mij bij thuiskomst met een kop koffie in de tuin. Met een scheef oog keek ik rond lunchtijd naar de slaapkamerramen van mijn jongens. De gordijnen bleven dicht, er zat weinig beweging in. Natuurlijk, die waren de avond ervoor nog uit geweest, dan mag je als moeder niet verwachten dat ze op tijd uit hun mandje komen.

Oeps! Vergeten?

Het was al na tweeën toen ze beiden naar beneden kwamen. De oudste griste haastig een croissant uit het broodmandje op tafel, beet er een stuk af en riep: ‘Hé, ik ben weg. Houdoe!’ Voor ik iets terug kon zeggen was hij alweer buiten en sprong op zijn fiets. Weg was hij. Geen ‘goedemorgen’, of ‘hé lekker croissantje’ nee, laat staan: ‘fijne moederdag’.

De jongste zat met een duf gezicht achter zijn ontbijt zijn telefoon te checken. ‘Weet jij soms wat voor dag het is vandaag?’ probeerde pa voorzichtig. Zijn vragende gezicht sprak boekdelen. Het nachtleven had het vast gewist. Ik hoefde niets van ze, had ik die week nog gezegd, als ze er die dag maar even bij stil zouden staan. Samen eten, misschien herinneringen aan oma ophalen? Het was allemaal al moeilijk genoeg.

Zelfgemaakte cadeautjes

Op dat moment kreeg ik heimwee naar hun kindertijd. Moederdag kon nooit vroeg genoeg voor ze beginnen. Al voor zevenen sprongen ze op ons bed en kropen tussen ons in. Het ongeduld wie het eerst zijn cadeautje zou geven. Ik herinner me nog het haperende opzeggen van hun wensjes. Die hadden ze op de kleuterschool speciaal voor mama gekleurd en met de juf ingestudeerd. Later kwamen de geknutselde cadeautjes: een ketting van aaneengeregen zelf geboetseerde kralen en een met plakkaatverf beschilderde broche. Alles met liefde gemaakt. Ik droeg het met trots. Die tijd was duidelijk voorbij.

De drukke tienertijd

Mijn zoon knikte met een volle mond brood naar mijn man: ‘híj zou voor het cadeau zorgen.’  Die zei bijna verontschuldigend: ‘De jongens hadden het zo druk dat ik maar iets heb gehaald.’ Uit zijn broekzak viste hij een klein doosje en gaf het aan mij. Enigszins teleurgesteld omdat ze wel heel gemakkelijk, pa hadden ingeschakeld, maakte ik het open. Op een watje lag een zilveren bedeltje voor mijn armband in de vorm van een jongetje. ‘Omdat je een jongensmoeder bent,’ probeerde mijn man het te verduidelijken. Ja één die altijd voor ze klaar stond, die alles voor ze regelde. Inderdaad tot cadeautjes aan toe. Ik had het zelf zover laten komen.

Om de dag goed af te sluiten

‘Je hoeft vanavond niet te koken mam,’ zei de jongste enkele uren later. ‘We gaan je helemaal verrassen.’ De oudste was inmiddels ook weer thuis en na wat gefluister en gestuntel in de keuken hield ik al mijn zintuigen open. Ik nestelde me voor de televisie in de woonkamer en liet hun geheimzinnigheid langs me heen gaan. In mijn hart voelde ik de opluchting dat deze moederdag niet mijn geschiedenis in zou gaan als de zwaarste ooit. In gedachten zag ik een feestelijk gedekte tafel met culinaire gerechten. Mijn jongens konden met hulp van pa immers best koken, dat mocht ik niet onderschatten. ‘Nou, ik ben benieuwd!’ gilde ik enthousiast vanuit de huiskamer met één oor luisterend naar wat de mannen in de keuken bekokstoofden. Tot een overbekende vette geur mijn neus prikkelde. Het zou toch niet?

Verdwaasd stond ik op en liep naar de keuken. Had ik opnieuw te hoge verwachtingen van mijn schatten gehad? Van haute cuisine was inderdaad geen sprake. Enkel een fles curry en een grote pot mayonaise sierden de tafel en vanuit de friteuse kwam de frietlucht me al tegemoet.

Tja, ik ben een jongensmoeder hè?

Je kinderen loslaten

Groene baret

Ja, ik ben supertrots op onze kinderen zonder studiebolstatus en uitzicht op een spectaculair hoge functie in de toekomst. Wat dat betreft hebben onze jongens duidelijk onze genen geërfd: technisch (pa) met een creatief inzicht (ma). Werken met de handen, niets mis mee toch? Aan technische vaklui is in de toekomst namelijk een ernstig tekort. De oudste zit stabiel en veilig op zijn plekkie in de landbouwtechniek maar bij de jongste is dat toch een ander verhaal.

Beroepsmilitair

Vorige week vrijdag stond hij in zijn groene kostuum met goudkleurige knopen voor me. De groene baret schuin op zijn opgeschoren hoofd. Mede door zijn strakke kaaklijn oogde hij stoer en zelfverzekerd. Onze zoon de korporaal, is op Soesterberg beëdigd als militair technicus bij het regiment van de technische troepen. Een hele mond vol voor een beroepsmilitair die de voertuigen en overig technisch materiaal bij defensie aan de praat houdt.

Voorlopig alleen in Oirschot. Yep, daar waar volgens Alberto Stegeman van het programma Undercover, kwistig wordt omgesprongen met zijn veiligheid. Shit ja. Iedereen kon tot voor kort zomaar op die basis terecht en dat in deze onzekere tijd.

Mijn zoon herkent het wel. Tuurlijk blijft die slagboom bij de ingang open als hij vlak achter een andere auto het terrein oprijdt. En ja, tuurlijk heeft elke monteur een sleutel van de voertuigen op het terrein. Dat eerste is misschien gemakzucht maar wat de sleutel betreft, is dat het vertrouwen onder het militair personeel. ( Geldt dat immers niet voor elk bedrijf?) In een oorlogsgebied moeten technici een voertuig in nood immers kunnen starten. Wij zijn benieuwd wat defensie hier aan gaat doen.

Enfin, ons soldaatje doet het toch maar. Wekenlang van huis gehuld in dezelfde camouflagekleding als waar hij als kind in speelde. Maar nu voor het echie. En moeders is trots, maar ook zo bezorgd. Militair zijn in deze tijd? Is dat wel verstandig? Kon je het hem niet uit zijn hoofd praten dan? Natuurlijk vind ik het eng maar wil mijn kind vooral gelukkig zien. Als hij als automonteur tot zijn pensioen, elke dag tegen heug en meug dezelfde garage binnenstapt wordt hij daar op den duur misschien wel depressief van. Dat wil je als moeder je kind toch ook niet aandoen?

Stilletjes hoop ik natuurlijk dat zijn legergroene tijd maar tijdelijk is. Dat hij op een dag toch de burgermaatschappij weer instapt. Dat deze tijd geruisloos voorbijgaat. Ik hoop dat, mocht het zover komen, hij straks veilig op de basis in het buitenland is. Dat hem de bommen en granaten niet om de oren vliegen of nog erger. Laatst wilde hij me geruststellen: ‘Misschien word ik wel niet uitgezonden, want IS zit overal hoor mam!’ Ik slikte. Lopen we allemaal geen gevaar dan? Hij haalde slechts zijn schouders op. Niemand weet immers wat ons nog allemaal boven het hoofd hangt.

Motorcrosser op gele Suzuki

Als kind al

Voor mij stond een volwassen kerel die wel weet waar hij mee bezig is en die altijd heeft geweten waar hij voor koos. Onze jongste die altijd de grenzen opzocht, zonder angst en onzekerheid. Ik dacht terug aan de ambitie en de adrenaline die hem als kind al sierde. Hoe hij zichzelf heeft leren fietsen. Zichzelf waagde aan de hoogste en snelste over-de-kop-achtbanen, zijn vuurwerkvoorraad onder zijn bed. (lag er toen al geen bom onder ons dak?) Dat ging gelukkig allemaal goed.

Daarna volgde zijn brommerperiode en bijna tegelijkertijd kwam de motorcross. Na een ouwe puch maxi en een snellere pitbike moest er een professionele crossmotor komen. Mijn vriendinnen zeiden: ‘Dat jullie dat allemaal maar goed vinden?’ Voor ons gevoel moest dat maar, hopende dat zijn beschermengel achterop zat. Maar terwijl ik hem gadesloeg bij de zoveelste sprong vanaf een heuvel hoog boven de crossbaan, was er ook vertrouwen. En dat kwam nooit alleen. Altijd voelde ik daarbij zijn geluksgevoel. Het geluk dat je je kind onvoorwaardelijk gunt.

En wat als het fout gaat? Zal ik dan geen spijt hebben dat ik het hem heb toegestaan? Misschien. Maar is het niet veel wranger als hij bijvoorbeeld ziek zou worden en dan spijt krijgen dat hij voorheen de dingen niet heeft gedaan waar hij zo gelukkig van werd? Dat hij zijn dromen niet heeft nagejaagd? Juist dan zou ik mij voor altijd schuldig voelen.

Dus ja, wij staan achter hem, laten hem los. Vuurwerk afsteken, motorcross, zelfs op missie in een gevaarlijk land. Natuurlijk hou ik mijn hart vast, natuurlijk lig ik ’s nachts wakker van alle risico’s die dat met zich meebrengt. Tegelijkertijd bedenk ik dat mijn oudste zoon stabiel en veilig op zijn werkplek, ook van alles kan overkomen.

Het lot beslist

En dat hebben we afgelopen week dan ook ruimschoots mogen ondervinden. De jongste heeft zijn baret nog maar net afgezet of hij heeft zijn auto in een sloot geparkeerd. Met de nodige blikschade en een bult op zijn hoofd kon hij niet ontkennen dat zijn beschermengel op de passagiersstoel heeft gezeten. De oudste die zo ‘veilig’op zijn werkplek stond te sleutelen kwam op een ongelukkig moment met zijn hand in een landbouwmachine klem te zitten. Ook dat liep wonder boven wonder goed af.

Je weet dus nooit wanneer ze veilig zijn. En ook al gaat er wel eens wat fout, (hopende dat ze er van geleerd hebben) blijven wij als ouders beretrots op onze jongens op wie ze zijn en wat ze doen. Maar ook een beetje trots op onszelf, want pa en ma doen het toch maar: loslaten.

50 jaar, een happy midlife wife

 

IMG_1576

Nu is het dan zover. Ik ben 50, Sarah. Ik keek er ondanks de ouderenstatus die rondom deze leeftijd hangt, toch naar uit. ‘Het doet geen zeer,’ werd me door voorgangers verzekerd. Bovendien kent het zoveel voordelen.

Nu ben ik dus een midlifewife die recht heeft op een 50+ voordeelpas vanuit de stichting ‘aangenaam ouder worden’. Die naar de 50+ beurs kan om de nieuwste badlift uit te proberen en mag proefrijden op een opvouwbare scootmobiel. Ik kan gaan stemmen op de 50+ partij om mijn toekomst hoopvoller tegemoet te zien. En kan een 50+ seniorenreis boeken die op internet wordt aangeprezen door een rijpe vrouw met een zonnig bruin rimpelhoofd.

Ik mag speciale vitamines gaan slikken omdat we volgens de reclames het met zo’n aftands lijf niet meer uit de voeding kunnen halen. 50+, dan ben je dus een ‘mevrouw’ die bijles krijgt in solliciteren bij het UWV. Maar die ook serieus wordt genomen als ze na een feestje niet meer zo fit is. Als de spieren en gewrichten stram en stijf zijn. Ook de huisarts kijkt niet raar op als ik vraag om een apk-keuring. Ach weet je, ik ben dankbaar dat ik het heb mogen halen in goede gezondheid en in een happy mood. Nee, wat dat betreft doet het geen zeer.

Wat ik er verder leuk aan vind? Nou, ik hou wel van een feestje en ben zelf nogal enthousiast geweest als vriendinnen en familie deze leeftijd bereikten. Ik heb Sarah en Abrahampoppen gemaakt en vond het hilarisch om vriendinnen te verrassen met een Tena Ladyproefpakket, wol voor een muts of een pot vaseline op deze bijzondere verjaardag.

Vooral bij manlief ben ik destijds helemaal losgegaan. Wie de bal kaatst kan hem terugverwachten. Al weken voor mijn verjaardag werd er daarom hier in huis irritant geheimzinnig gedaan. Er zat iets te broeien. Iets met foto’s, van die gênante, onverwacht geschoten kiekjes op een feestje of als ik voor de televisie in slaap was gevallen. De mislukte selfies die ik heb uitgeprobeerd met mijn nieuwe smartphone maar die ik ben vergeten te verwijderen. In mijn minst aantrekkelijke poses. Oh, my god!

IMG_1578

 

En nu is het dan zover. De voortuin is een podium geworden waarin Sarah centraal zit. Een met kranten opgevulde pop compleet met trollenkop, zwabberende pantybenen vol cellulitis en een boezem met cupmaat dubbel F. Aan de bomen wapperen ballonnen en de gewraakte foto’s. Voorbijgangers stappen speciaal van hun fiets af om het geheel te bewonderen. En ik verschans me stiekem achter het spandoek dat voor het raam hangt. Ik geneer me gek!

Maar ja, toen manlief vlak voor zijn 50ste verjaardag vertelde dat hij zo’n opblaasabraham in de tuin wel geinig vond, heb ik dat heel letterlijk genomen.Oké dacht ik, dus jij wilt een opblaaspop? Dan krijg je die.

Op de bewuste dag staarde vanuit de voortuin een blote, blonde snol met wijdopenstaande mond en benen hem aan.

Tja, en nu is deze Saar de sigaar. 50 worden doet dus wel zeer.