Maandelijks archief: februari 2017

Een relaxte tweede helft

Maca poeder voor hormoonbalans bij vrouwen

Je kent ze vast wel: de mannen die door de midlifecrisis hun wensen gaan vervullen. Ineens is daar die boot, die motor of snelle auto. Ineens hebben ze oog voor het jonger vrouwelijk schoon. Dat komt door hormonen, kunnen ze dus niks aan doen. En we mogen als vrouwen niet zeuren want ook wij varen er wel bij. En dan bedoel ik niet alleen dat we in die boot meevaren over de plassen. Nee, we worden zelf door het verlies van het vrouwelijk hormoon oestrogeen minder zorgzaam. En dat is eigenlijk best wel relaxed.

De zelfverzekerde vrouw

Het is voor velen onder ons niet voor te stellen maar echt, we worden daardoor zelfs een beetje egoïstischer. Veel vrouwen krijgen daardoor minder zin om te blijven zorgen. Ze zijn meer gericht op zichzelf. ‘Nu wordt het tijd voor mijzelf.’ Dat is niet gek, het is een speling van de natuur en dat komt vaak goed uit want tegen die tijd hebben de kids het nest verlaten.

Na jaren van opvliegers, zowel in temperatuur als in humeur komt dan daar die periode van rust en energie. Het gemakkelijker ‘nee’ kunnen zeggen en de boel te laten voor wat die is, als je eens geen zin hebt. Na jaren van stressvol perfectionisme worden we wat soepeler. Het is ook helemaal niet erg als die klus is blijven liggen, morgen is er weer een dag.

Grenzen stellen

Jarenlang werd je emotioneel als je in een stressvolle situatie verkeerde. Paniek lag daarbij om de hoek. Hartkloppingen, piekeren en maar geen duidelijke keuzes kunnen maken. Angst voor nieuwe situaties, geen overzicht en daardoor geen positiviteit. Je kon geen grenzen stellen want je was bang dat anderen jouw gedrag niet tolereerden. Je ging maar door zonder je ziek te melden want o wee, wat zouden ze ervan zeggen. Je was toch geen watje? Een goede voedingsbodem voor een regelrechte burn-out. Maar als je hormonen hebben plaatsgemaakt voor een nieuwe tweede helft van je leven verdwijnt langzaam maar zeker een groot gedeelte van deze klachten.

Nieuwe dingen leren

Sommigen zien het kind weer in zichzelf terug. Het meisje dat haar eigen ding doet en daar zo gelukkig van wordt. Bereid om te leren, nieuwe ideeën uit te werken en daardoor krijg je juist weer meer begrip uit de omgeving. Het pakt vaak juist beter uit als je aan jezelf gaat denken. Wil je allang verhuizen of een muziekinstrument leren bespelen? Die spannende reis maken of juist een metamorfose? Het gaat je nu beter lukken want de onzekerheid en het twijfelgedrag zijn voor een groot gedeelte omgezet in daadkracht. Je barst niet meer in tranen uit als het niet meteen gaat zoals je had gehoopt. Dat is de berusting die je daarbij cadeau krijgt.

Macapoeder

Zit je nog in de overgangsperiode en snak je naar deze betere tijden? Met goede voeding en voldoende beweging kun je o.a. stemmingswisselingen voorkomen. Je kunt daarbij Maca gebruiken. Het fijngemalen poeder van dit Peruaanse knolgewas bevat naast vitaminen en mineralen ook zogenaamde adoptogenen. Deze stoffen zorgen er voor dat je bloeddruk en bloedsuikerspiegel dalen en brengen je hormonen in balans. Je krijgt daardoor je jeugdige energie weer terug. Voeg een theelepel Macapoeder toe aan je smoothie, sap of yoghurt. Maar gebruik het niet te veel. Maandelijks een week geen maca gebruiken zorgt ervoor dat je optimaal kunt blijven profiteren van de goede eigenschappen. Maca kun je vinden in het reformschap van je supermarkt.

Motorgirls

Dus dames er gloeit licht aan de horizon. Ouder worden is niet alleen kommer en kwel. In veel gevallen keert de rust terug in je lijf en ga je ontspannen de tweede helft tegemoet. Dat zit heel wat relaxter achterop die motor, niet?

 

 

 

Advertenties

Carnavals creaties

Carnavalswagen van CV de Mennekes Gilze, 2010

Wagen van CV de Mennekes Gilze, 2010

Dit weekend is het weer zover: Carnaval! Ik verwonder me elk jaar weer hoe creatief mensen worden van dit feest. De prachtige praalwagens tijdens de optocht en de uitgedoste kostuums. Blijkbaar zit er in elke carnavalsvierder wel een dotje creativiteit.

Mijn carnavalspakskes

Als Brabantse ben ik met carnaval opgegroeid al is het me niet met de paplepel ingegoten want mijn ouders kwamen niet verder dan de optocht. Toch hees mijn moeder me ieder jaar weer in een carnavalspakske. Op mijn vierde kreeg ik een blauw boerenkieltje aan met een rode zakdoek om mijn nek en daar moest ik het mee doen. Ik bleef echter zeuren om een Zorropak maar kreeg dat niet, dat was voor jongens. Ik had alleen het masker, een rare combinatie bij mijn boerenkiel.

Toen ik naar de lagere school ging, hoste ik in een vijfde(!)hands indianenpakje maar in de vierde klas wilde ik liever iets voor meisjes. Holly Hobbie was destijds helemaal hot. Dat kwam mede door een populaire kinderserie op tv. Ik keek destijds naar ‘Het kleine huis op de prairie’. De meisjes in de serie droegen daarin een wijde jurk met een schortje. Op hun hoofd droegen ze een grote slappe hoed. Mijn vriendinnetje kreeg van haar ouders een gloednieuwe Holly Hobbiejurk voor carnaval. Dat wilde ik ook en gelukkig begreep mijn moeder dat. Maar we gingen niet naar de winkel. Mijn moeder was zo creatief dat ze achter haar antieke trapnaaimachine kroop en in een middag zo’n zelfde outfit in elkaar stikte van haar oude jurken. Die was pas uniek, ik was er dan ook superblij mee.

Deuzige dorustrui

In het laatste jaar op de lagere school droeg ik een dorustrui, wie niet eigenlijk? Iedereen liep tijdens carnaval rond in zo’n strepenshirt. Wat daar grappig aan was, snap ik nog steeds niet. Maar het was wel gemakkelijk, je was meteen klaar. Daar ging dan een spijkerjasje zonder mouwen overheen wat ik bont versierde met viltstiften. Mijn moeder kroop weer achter de naaimachine en maakte daarbij een strakke gouden broek.

Op mijn zestiende was ik even inspiratieloos en kocht een heksenjurk compleet met kromme pukkelneus. Maar een jaar later was ik het alweer beu, er waren al zoveel meiden met zo’n jurk. Ik wilde weer creatief uit de hoek komen en trok een bloemetjesjurk bij mijn moeder uit de kast en leende haar foamkrulspelden. Mijn oma had nog een fout brilmontuur en een degelijke oma-tas. Lekker tuttig.

Carnaval hoeft dus niet duur te zijn en dat kwam goed uit toen we pas getrouwd waren. Manlief en ik kochten alleen een holbewonerspruik. Hij had een piekhaarpruik compleet met snor en baard en ik had lang ravenzwart haar tot op mijn kont. Daaronder droegen we slechts een juten zak en plastic knuppel alsof we zo uit onze grot waren gekropen.

100_3858

Carnavalswagen

Ook onze jongens hebben wij al jong laten proeven van het carnavalsfeest. De piraten-en soldatenpakjes waren een must in het jongensgezin. Daarvoor hoefde ik niet achter de naaimachine.

Jaren later bleek oma’s creativiteit toch in de genen te zitten. De oudste heeft zes jaar lang een carnavalswagen gebouwd. Hij was er vanaf september met zijn vrienden mee bezig en wij maakten als ouders van dichtbij mee wat een boel stress dit gaf. Maar als vriendengroep leerden ze er veel van. Niet alleen ontwerpen, tekenen, lassen, plakken en gazen. Niet alleen techniek en spuiten maar ze leerden ook om creatief te zijn in de omgang met elkaar. Want geloof me, het vergt een hoop teambuilding, overleg en respect om uiteindelijk in de optocht te rijden.

De eerste jaren hielpen wij met de andere ouders nog mee. We waren trots op onze kroost en vonden het niet meer dan normaal om daarbij een creatief handje toe te steken. Er waren vaders die hielpen met de hydraulische bewegingstechnieken of zorgden voor een trekker met chauffeur. Moeders die broodjes bakten, plakten en de kledingcreaties maakten. Ik mocht in de laatste week met mijn airbrush de finishing touch geven aan de wagen. De fijne details, zoals de schaduwen, tanden en ogen. Dat was meer mijn ding. Dat deed ik bij voorkeur overdag als ik alleen met mijn zoon in de bouwschuur was. Terwijl zijn vrienden op school zaten spoot hij illegaal de grote vlakken in kleur. Ik geef toe, dat ik hem jarenlang in die laatste week voor carnaval, ziek heb gemeld. Tja, al die spanning deed hem geen goed natuurlijk. 😉

Ik heb slechts één keer voor de optocht achter de naaimachine gekropen om samen met een andere moeder voor de jongens een elfenjurk te naaien, compleet met geairbrushte vleugels. Dat was voor een keer leuk om te maken maar het motiveerde me niet om dat jaarlijks te doen. Het vergt enorm veel tijd en inzet en dat had mijn moeder net iets meer dan ik.

Creatief zoeken

Dus naarmate ik ouder wordt zakt rondom carnaval het creatieve niveau tot nul. Ook ontbreekt de zin om iets nieuws te kopen. Een carnavalspakske waar er duizenden in rondlopen vind ik maar niks. Dit jaar duik ik daarom hoopvol in mijn carnavalskast om een unieke creatie bij elkaar te zoeken. Er hangt vast nog wel iets origineels tussen waar ik me als vanouds goed in voel. Wie weet, wordt het wel een klassieker uit de early eighties : de retro Dorustrui.

Mijn eerste abstracte airbrushwerk

abstract-energy-001

‘Energy’ abstract airbrushwerk op linnen 80 x 100 cm.

Als ik vroeger een tekening maakte moest het iets voorstellen. Het moest ergens op lijken of wat nog moeilijker was: op iemand lijken. Je kent ze wel: de ouders die aan het creatieve kind vragen: ‘Goh, wat mooi! Maar wat moet het voorstellen?’ Op school wordt tijdens de tekenles vooral je talent aan het realisme getoetst. Zo’n tekening is niet bepaald ontspannend om te maken omdat je continue bezig bent met de gelijkenis van het voorwerp of de persoon. Het is al helemaal stressvol als het niet wilt lukken.

Realistisch perfectionisme

Ja, ook ik zit regelmatig met mijn handen in het haar tijdens het maken van een portret. Ik heb me dan vaak al blind gestaard op een foto maar krijg de gelijkenis op de één of andere manier maar niet op het doek. Wat is niet goed? De blik in de ogen, de vorm van het gezicht, de huidskleur of heb ik te veel of juist te weinig highlights in het portret gelegd? Soms lig ik er wakker van, wordt er chagrijnig van en kan het maar niet loslaten. Vaak duurt het dagen of weken voordat ik het doorheb. Soms met de blik van anderen want het gebeurt nogal eens dat ik het zelf helemaal niet meer zie.

Frustrerend! Want ik wil mijn werk liever niet aan anderen tonen voordat het af is. Dan krijg je goedbedoelde adviezen over andere details waar ik dikwijls al tevreden over ben. Maar ondanks mijn perfectionisme, doe ik het nog steeds erg graag. Het is steeds weer een heerlijke uitdaging om  een geairbrushed portret te realiseren. Ik leg de lat daarbij steeds hoger, lijkt het wel.

Maar portretten zijn niet altijd geschikt om weg te hangen in een openbare ruimte of in een bedrijf. Het doel van kunst in dergelijke gebouwen is voornamelijk om de sfeer te verhogen. Het moet decoratief zijn en dan valt vaak de keuze op abstract werk. Jarenlang snapte ik niets van abstract. Ik dacht: ‘Dat kan een kleuter ook.’ Ik had er een beeld bij: Herman Brood die met zijn fiets over een doek reed of Anton Heyboer met zijn vijf bruiden die hier en daar een klodder verf op het doek smeet en er rijk en beroemd van werden. Desondanks is deze manier van creativiteit een serieuze vorm van kunst. Kunst is een breed begrip en abstract al helemaal. Het is afhankelijk van smaak en sfeerbepalend.

Ontspannen werken

Ik liep al langer met het idee rond om ook eens mijn perfectionisme los te laten in een abstract schilderij. Er zijn bepaalde manieren voor, ontdekte ik. Als je realistische neigingen hebt op het doek, moet je juist met je niet-dominante hand, voor mij is dat links, gaan schilderen of met je ogen dicht. Maar met mijn linkerhand het airbrushpistool hanteren is geen optie. Ik ben dan niet alleen de controle kwijt over mijn werk maar ook over de hendel waarmee ik de lucht en verf moet doseren. Blind airbrushen dan? Nee, ook al niet aan mij besteed. Ik zie toch graag wat ik doe, uiteindelijk wil je niet de helft naast het doek spuiten. Ik zag er tegenop want hier had ik nooit les in gehad. Het was de bedoeling dat ik zelf mijn methode ging zoeken en puur vanuit mijn eigen gevoel ging airbrushen.

Ik had al een ruwe schets gemaakt, toen de vraag kwam om een decoratief schilderij te maken voor het bedrijf waar ik werk. Ter ere van het vijfjarig bestaan. Ik had nog precies twee weken om het te voltooien. Dus ging ik serieus aan de slag. Het geheel moest vooral kleurrijk zijn en dat lukte wonderwel met mijn transparante airbrushverf. De kleurverlopen waren verrassend, zowaar dat ik er zelf van genoot. De verschillende vormen en op energie gebaseerde ontwerpen maakten het geheel tot een warme blikvanger.

Tevreden over het eindresultaat, merkte ik op dat ik er bovendien ontspannen en met veel plezier aan heb gewerkt. Ik ben op creatief gebied een nieuwe weg ingeslagen waar ik voorheen sceptisch over oordeelde. Een schilderij zonder regels en gelijkenissen. Zo uit de vrije hand, met de mooiste kleuren die ik maar kon mengen. Geen kleuterwerk maar een ‘serieus’ abstract werk in airbrushtechniek dat ik in alle vrijheid heb gemaakt. De directie van het bedrijf was net zo blij verrast als ik. Dat is mooi, maar hoe mooier is het om als controlfreak los te laten en open te staan voor een nieuwe uitdaging? Pas na 15 jaar airbrush heb ik het ontdekt. Maar voor vrijheid is het nooit te laat.

Expositie

Wil je meer werk van mij bewonderen kijk en like dan mijn Magic Air facebookpagina of kom vanaf 22 mei a.s. naar mijn doorlopende expositie op de eerste verdieping in Cultureel Centrum ‘de Schakel’ Kerkstraat 104, 5126GD te Gilze. Doordeweeks geopend van 7.00 tot 19.00 uur. Mijn nieuwste portretten van mens en dier, waaronder ook abstract, zijn daar tot 2 juli te zien. Je bent van harte welkom!

 

Brilleke

img_2745

Met het ouder worden lijkt het wel of we massaal aan de bril gaan. Eerst proberen velen een gammel leesbrilletje van de Action om in de supermarkt toch die akelig kleine lettertjes op de verpakkingen te kunnen lezen. Maar vaak blijkt het zicht van veraf ook steeds verder te vertroebelen. Dan wordt de zogenaamde ‘fiets’ op de neus gezet. Ai!

Jampotglazen

Ik heb een fobie voor brillen. Ik weet nog dat ik op mijn elfde naar de schoolarts ging en mijn moeder zei: ‘Als je maar niet een brilletje moet want dat is zonde van je gezicht.’ Ik was nog helemaal niet met mijn uiterlijk bezig maar ben haar woorden nooit vergeten. Bij de schoolarts moest ik tegen één oog een lepel houden om dan met het andere de letters op het bord te lezen. Met twee ogen ging dat nog goed, maar mijn linker was een zogenaamd ‘lui oog’. Dat werd dus een bril.

Een groen metallic pilotenmodel zoals je ze wel meer zag in de jaren 70. Op de lagere school droeg ik hem nog wel, dat bewijs staat op slechts één klassefoto. Toen ik eenmaal naar de mavo ging bleef de bril in mijn jaszak of in mijn schooltas. Dat ding had dus veel te lijden en al snel moest ik een nieuw exemplaar. Hetzelfde model maar dan in chroom met veel dikkere glazen, model jampot van het merk Hero. Want ja, door het niet dragen van mijn bril ging mijn zicht snel achteruit. Inmiddels had ik een sterkte van -4.75

Ik zette het ding alleen op voor de televisie en in de klas om op het bord te kunnen lezen. Onderweg naar school en later bij het uitgaan waagde ik het niet om hem op te zetten. Ik schaamde me er zelfs voor. Ik hoorde eens dat ze me verwaand vonden:’ Ik kwam je gisteren op de fiets tegen maar je reed stug door.’ Nee, ik was niet verwaand. Ik zag gewoon niet wie daar aan de overkant van de weg reed. Later ben ik bij twijfel maar gaan groeten, maar dat was het ook weer niet. Met het uitgaan vond ik het nog lastiger. Een vriendin moest mij vertellen wie er allemaal in het café waren en welke jongens naar ons keken. In de spiegel hoefde ik dan mijn haar en make-up niet te controleren want wie was die schim? Ik zag het gewoonweg niet. Mijn omgeving was inmiddels één wazige film.

Contactlenzen

Toen ik slaagde voor mijn mavodiploma kreeg ik eindelijk contactlenzen. Ik wilde wel harde lenzen proberen maar de proeftijd kwam ik niet door. Ik moest een uur met mijn harde contactlenzen in de wachtkamer van de oogarts zitten. Aangezien de goede man een houten vloer had die bij elke betreding daarvan, de lenzen in mijn ogen liet wiebelen was dat geen succes. Ik kreeg daardoor het misselijkmakende gevoel alsof ik op een trampoline zat. Sindsdien heb ik zachte lenzen en een zichtbare, wonderschone wereld ging voor mij open.

Toch werd geadviseerd om naast de contactlenzen een bril te nemen, vooral als je op vakantie zou gaan. Ik ging daarom destijds met mijn vriend naar een opticien. Hij mocht zeggen welke bril mij het beste zou staan. Ik denk dat ik bijna de hele collectie heb geprobeerd, maar er was er geen één bij die mij mooi stond. Elke bril gaf mij een streng gezicht of nog erger, dat van een nerd. Hij kon er wel om lachen en noemt me sindsdien ‘Brilleke’.

Brigadier omver

Jaren later, ik was inmiddels moeder, moest ik door een vervelende oogontsteking een bril dragen. Een maand waarin ik liever niet buiten kwam maar er als moeder niet onderuit kwam om onze oudste zoon met de fiets van de kleuterschool op te halen. De jongste zat voor me in het fietsstoeltje, de oudste zat achterop. Ik kon na jaren lenzen, niet aan het onvolledige zicht rondom mijn bril wennen. Ik moest mijn hele hoofd draaien  in plaats van alleen mijn ogen. Op zich was dat nog geen ramp, als ik niet een verkeersbrigadier omver had gereden en daarbij met de kids ten val was gekomen. Simpelweg omdat ik haar in mijn wazige ooghoek niet zag staan. Dat verliep niet zonder kleerscheuren maar mijn bril was ‘gelukkig’ nog heel.

Multifocale lenzen

Al 34 jaar heb ik nu lenzen en inmiddels sinds zo’n vijf jaar zelfs multifocale. Wat een geweldige uitvinding vind ik dit. Ik hoefde er ook niet aan te wennen.Veel midlifers struinen, gewapend met bril door de supermarkt zodat ze geen producten kopen die over de datum zijn. Bril op het hoofd, op de neus en weer terug op het hoofd. Of nog erger: de bril bungelend aan een koordje om de nek. Wat een gedoe. Ook manlief is aan de leesbril en hij is hem steeds kwijt. Overal liggen die dingen en dan nog heeft hij er juist geen bij als hij op een terras de menukaart wilt lezen of de productinformatie op een verpakking.

Nou, geef mij dan maar lenzen. Want een bril vind ik nog steeds niks, dus behalve mijn zonnebril zie je er mij nooit mee. Maar soms, heel soms als ik bij de opticien voor mijn contactlenscontrole moet wachten, duik ik de brillenhoek in en ga wat montuurtjes passen. Voor de spiegel durf ik dan wel een modern fietsje op mijn neus te zetten. Maar dan moet ik wel zeker weten dat niemand me zo ziet.

Op reis met Fiasco Tours

blanes-1986

De tijd voor het boeken van de zomervakantie is weer aangebroken. De meeste mensen noemen dat vakantievoorpret. Lekker neuzen in de reisgidsen en op internet waar de zomervakantie dat jaar naar toe zal gaan. Wij kennen dat gevoel helaas niet. Wij zien het als verdieping in onzekerheid. Want dat is de zweem die voor ons rondom een vakantie hangt sinds wij ooit een ombudsvakantie hebben ervaren.

Het is al heel lang geleden, maar tijd heelt niet alle wonden. Tijd neemt onze onzekerheid niet weg. We waren nog jong, twintigers die een strandvakantie naar Lloret de Mar hadden geboekt. Voor het eerst met zijn tweetjes op reis, voor mij was het de eerste keer dat ik, buiten het naburige België, in een ander land op vakantie ging. Ik durfde het wel aan want manlief (toen nog mijn vriend) had al ruime vakantie-ervaring. Hij had Spanje zelfs al eens per motor bezocht.

Overboekt hotel

Net als veel jongeren gingen wij per pendelbus. We hadden de reis destijds bij het reisbureau van de Rabobank geboekt. Dat gaf ons een gerust gevoel. We keken er allebei naar uit en telden de weken voordat het zover was. Twee dagen voor vertrek werd ik op mijn werk gebeld door het reisbureau dat ons hotel was overboekt en we moesten uitwijken naar een ander. Of ik niet meteen per telefoon mijn goedkeuring wilde geven voor het hotel. Dat weigerde ik. Dus die avond het reisbureau maar bezocht voor de nodige informatie. We waren te laat, hotel zat vol. Dus nieuw hotel uitgezocht.

De volgende dag, de dag voor vertrek werd ik opnieuw gebeld dat ook het derde hotel niet door kon gaan. De reden daarvan kon men weer niet vertellen. Toen heb ik ongezien op het werk maar blind mijn goedkeuring gegeven voor een ander hotel met het volste vertrouwen dat het nu allemaal wel op tijd en goed geregeld zou zijn.

De grote dag brak aan maar de busreis viel tegen. Het was een superlange zit en in de nacht reden we door met af en toe een kwartiertje rust. Dat was op zich een hoop gedoe bij de toiletten want heel de bus moest plassen. Als je dan ook nog je contactlenzen uit wilde doen was het stressen. Dus daar waren we het al snel over eens: we zouden nooit meer met een pendelbus reizen.

Lang haar en een kort rokje

Wat nog meer tegenviel was de mededeling  dat ook het vierde hotel voor ons geen kamer had. De reden daarvan was de faillietverklaring van Fiësta Tours waarbij wij via de bank onze vakantie hadden geboekt. Eenmaal in Spanje aangekomen werd iedereen netjes bij hun hotel afgezet, behalve wij en nog twee getinte jongens. Het duurde nog uren voordat er voor ons een gelijkwaardig hotel was gevonden, boven op een berg net buiten Lloret de Mar. Het zag er geweldig uit, het uitzicht was schitterend hadden we na een steile klim gezien toen we eindelijk met onze leren koffers bij de entree stonden. Dat viel niet mee zonder wieltjes eronder. Opnieuw wachtte daar de zoveelste teleurstelling op ons: de directie liet alleen de getinte jongens binnen maar ons werd de toegang geweigerd. De reden was onze uitstraling werd ons nogal direct gezegd. Tja, manlief zat nog in zijn lang haar periode, nou ja, lang: hij had een matje. Was het dan mijn knielange rokje? Toen kon ik dat anders nog best hebben hoor! Over discriminatie gesproken.

Gelukkig stond de bus nog te wachten toen we weer met onze grote koffers naar beneden afdaalden. Met zijn tweetjes in een lege bus werden we naar Blanes gereden. We protesteerden al niet meer want we wilden na dik achtentwintig uur bussen nu eindelijk wel eens op de plaats van bestemming aankomen. Ons werd mondeling beloofd dat de taxiritten naar Lloret de Mar zouden worden vergoed. We hadden nog enigszins vertrouwen dat het wel goed zou komen.

Dollemansrit

In Blanes hadden we een prachtig hotel pal aan zee. En gelukkig hebben we daar nog acht dagen lang een geweldige vakantie beleefd. We moesten dan wel de drukte van Lloret de Mar missen maar zijn er wel een dagje geweest met de taxi. Dat was echter geen succes. Dat deden we geen twee keer. No way! De chauffeur maakte er een dollemansrit van waardoor we met doodsangst achterin de taxi zaten, biddend dat we heelhuids aankwamen.

Niet mee naar huis

Maar ja, dat was dan ook het enige wat daar tegenviel 😉 totdat de dag aanbrak dat we weer zouden vertrekken. Ik geef toe, we waren onzeker geweest over de terugreis. Als we maar met de bus terug naar Nederland mochten. Dat gevoel had als een donkere wolk over onze vakantie gehangen, maar zo erg als de heenreis zou het toch vast niet worden? Dat was een naïeve gedachte geweest. Want al bij de opstapplaats van de bus ging het mis. Iedereen mocht mee, behalve wij. Omdat Fiësta Tours failliet was verklaard werden we niet mee terug naar Nederland genomen. Misschien wilde een volgende Nederlandse busonderneming een oogje dichtknijpen? ‘Dat menen jullie niet!’ probeerden we. Maar de chauffeurs meenden het wel. De deuren klapten voor onze neus dicht en de bus reed zonder pardon weg. Gelukkig kwam er al snel een andere Nederlandse bus die ons in eerste instantie ook teleurstelde maar wel tot de volgende opstapplaats mee wilde nemen. ‘Nou, vooruit dan,’zuchtte de chauffeur. Staand in het gangpad met onze koffers en tassen tussen de benen geklemd, reden we mee tot de volgende halte. Daar zou vast nog wel een bus komen die nog een paar stoelen over zou hebben. We werden letterlijk gedropt in het Spaanse achterland. Inmiddels was het al schemerig en daardoor zag het er dramatisch uit. Precies zoals wij ons voelden. Daar stonden we dan met onze loodzware koffers bomvol souvenirs bij een bushalte in de middle of no where. Helemaal alleen en afhankelijk van de goodwill van een volgende Nederlandse busonderneming. Zonder telefoon, zonder landkaart, zonder vertrouwen.

Na een uur wachten kwam er eindelijk een Nederlandse bus aan, die wel even gas terugnam maar doorreed omdat er volgens de reispapieren bij die halte geen passagiers zouden staan. We pakten onze kans en renden als gekken met onze koffers achter de bus aan. We schreeuwden en zwaaiden totdat de bus eindelijk stopte. Deze zat vol Rotterdamse jongeren maar had nog wel twee stoelen over. Wat een geluk! We hebben geen oog dicht gedaan want de jongeren waren behoorlijk luidruchtig en stierlijk vervelend maar we mochten mee, eindelijk naar huis!

Schadevergoeding

Eenmaal thuis kregen we via de Rabobank van Fiësta Tours ieder slechts vijftig gulden terug. We hadden immers een luxer hotel dan we in eerste instantie hadden geboekt. Dat moest alle ellende, taxileed, onzekerheid en de andere vakantiebestemming compenseren. Ik heb nog even gedacht aan het inschakelen van de ombudsman maar omdat je van een kale kip toch niet kunt plukken ben ik maar van dat idee afgestapt. Nu, dertig jaar later zou ik wel een klacht indienen al is het maar omdat deze nare reiservaring onze vakantievoorpret voor altijd heeft ontnomen. Daardoor nemen we geen risico’s, gaan voor veilig en goed geregeld. Inmiddels boeken wij al jaren bij the Travel Company. Dus voor ons geen goedkope last-minutes, onbekende vliegtuigmaatschappijen en vage internetboekingen. Want als je met een boel onzekerheid op vakantie moet gaan is het bij voorbaat al een fiasco.