Maandelijks archief: juni 2016

Je lijn terug met de Thermisch Fysische Methode

De Thermisch Fysische Methode

Sport jij je suf maar is je lijn nog steeds ver te zoeken? Zou je het wel fijn vinden als een coach samen met jou, een gezond gewicht waar kan maken? Of heb je last van verdikte probleemzones en wil je plaatselijk centimeters verliezen? De Thermo Fysische Methode biedt een blijvend resultaat.

Urenlang hangen aan de gewichten in de sportschool kost veel tijd en doorzettingsvermogen voor de drukke vrouwen onder ons. Je zin is dan al gauw over als het resultaat (dé beloning voor al dat gezweet) maar op zich laat wachten. Tja, dat ene wijntje en dat speklapje op de barbecue hebben iets te hard geroepen: ‘neem mij!’ Hier was het doorzettingsvermogen om ‘nee’ te zeggen er ook al niet. Pfff! Wat doe je eraan?

Keth’s bodycenter

Zo’n tien jaar geleden werkte ik in een winkel die pal grensde aan Keth’s bodycenter in Gilze. Ik zag ze komen: de dikke dames en heren die hun muffintops en opgevulde wasbordjes wilden wegwerken in de warmtecabines. Maar ik zag ze ook gaan: slanker dan voorheen en vooral ook gemotiveerd om aan hun lichaam te blijven werken.

Mijn nieuwsgierigheid was gewekt en tijdens een open middag waarop eigenaresse Kethlin enthousiast vertelde hoe zij zich inzet voor figuurcorrectie en -onderhoud van elke cliënt, was ik om. Niet dat ik te zwaar was maar naarmate ik ouder werd, kwam er elk jaar wel stilletjes een pondje bij. Er verdwenen daardoor steeds vaker kledingstukken in de zak van Max omdat het vooral niet meer paste. En dat is zonde voor je lijf en je portemonnee. Voor dat geld koop ik liever een sportabonnement dat wèl werkt.

In november 2012 ben ik na een persoonlijke figuuranalyse begonnen met één half uurtje oefeningen doen in de cabine, wat gelijk staat aan 1,5 uur fitness. Binnen een paar weken was ik 3 kilo kwijt en 33 centimeter en die heb ik ook niet meer teruggezien. Oké, soms komt er iets bij maar de volgende keer is het er weer af. Door Kethlin en haar onverbiddelijke weegschaal blijf ik ongeveer op hetzelfde gewicht hangen en dat vind ik prima. Nu is mijn resultaat maar minimaal als je dat vergelijkt met andere cliënten, maar zoals ik al zei, was er bij mij van ernstig overgewicht dan ook geen sprake.

Hoe het werkt

Je ligt in een warmtecabine waardoor je rug en gewrichten ontlast worden. Met behulp van weerstandsbanden aan je handen en voeten doe je oefeningen voor je buik en/of je gehele body. Door de infrarood-warmte gecombineerd met jouw intensieve spieractiviteit verkrijg je een meer actieve aanmaak van glucose uit glycogeen. Er is immers meer brandstof nodig voor dit verhoogde energieverbruik. Wanneer de snelste energieleverancier glucose, niet meer voldoende aanwezig is, worden de vetten aangesproken. Hierdoor verbrandt je jouw vetjes en val je dus af. De infrarood-warmte stimuleert bovendien je stofwisseling en zorgt voor een goede doorbloeding van je huid, spieren en organen. Je lichaam raakt haar afvalstoffen sneller kwijt. Het verbetert daardoor je conditie en afweersysteem. Je spieren hebben een betere doorbloeding waardoor je achteraf nagenoeg geen spierpijn ervaart. Het is daarom ook zeer geschikt voor mensen met reumatische en gewrichtsklachten die graag willen sporten.

Is dit vol te houden?

Het idee dat ik in mijn eigen zweet zou liggen trainen, valt reuze mee. Bovendien lig je met je hoofd buiten de cabine en bij warm weer draaien de ventilators driftig boven je hoofd. Vooral voor de midlifewives onder ons, is dit natuurlijk een verademing!

De oefeningen staan op een kaart die aan je cabine hangt. Maar tijdens je work-out wordt regelmatig gecontroleerd dat de oefeningen correct worden uitgevoerd. Je wordt serieus maar op een prettige manier gecoached naar een positief eindresultaat.

Wegen en meten

Door de wekelijkse wegingen en de maandelijkse metingen met het evaluatiegesprek blijf je gemotiveerd bezig. De resultaten worden in de computer opgeslagen en steeds vergeleken. Je krijgt elke maand een uitdraai hiervan mee naar huis. Hierop vindt je o.a. je vetpercentage, vochtgehalte en spiermassa terug. En wat ook grappig is: je metabolische leeftijd. Ik ben al jaren 35 ;-).

Voor de gewichtigsten onder ons.

Heb je echt te veel overgewicht dan wordt je aangeraden om twee keer per week te trainen, eventueel in combinatie met voedingsadviezen afgestemd op jouw situatie en leefpatroon. Lekkere recepten en tips die beslist geen straf zijn. Voor de hardnekkige vetjes is er de mogelijkheid om begeleid deel te nemen aan het succesvolle Prodimed proteïnedieet in combinatie met de warmtecabines.

Weer strak in het velletje

Daarnaast is er de mogelijkheid om gebruik te maken van een ozonbehandeling wat eigenlijk onderdeel is van de Thermo Fysische Methode. Zittend in deze stoomcabine van 38 graden worden de poriën geopend zodat de ozon in de opperhuid door kan dringen. Hierdoor wordt de huid gezonder en elastischer waardoor deze zich beter aanpast aan de nieuwe contouren van je lijf die je na je afslankproces overhoudt. Ook je sinaasappelhuidje verdwijnt als sneeuw voor de (o)zon. Na een aantal behandelingen is bovendien je afweersysteem en uithoudingsvermogen verbeterd.

Zin om te beginnen?

In het hele land kun je gebruik maken van deze Thermo Fysische Methode. De resultaten zullen wellicht overal goed zijn. Ik heb alleen de ervaring bij Keth’s. En uit diezelfde ervaring kan ik je verzekeren dat de drempel bij dit bodycenter beslist laag is, iedereen wordt respectvol begeleidt. De ontspannen en gezellige sfeer zorgen er bovendien voor dat werken aan je lijf beslist geen straf hoeft te zijn. Ervaar het in een vrijblijvende proefles met gratis figuuranalyse en gun jezelf een kleinere maat kleding die je langer kan blijven dragen.

Advertenties

The Conjuring 2: the Enfield Poltergeist

 

Filmposter van the Conjuring 2 bron: movieweb.com

Filmposter van ‘the Conjuring 2’       Bron: movieweb.com

Ik moet eerlijk bekennen dat ik niet van horrorfilms hou. Ik vind het behoorlijk irritant dat ik steeds een lichte hartverzakking krijg op de schrikmomenten die de werkelijkheid ver omzeilen en de fantasy kant opgaan. Maar manlief had de trailer gezien en dacht dat ik deze wel zou waarderen. Dit is namelijk een film die gebaseerd is op een waargebeurd verhaal uit 1977 wat destijds de kranten haalde. Geen andere paranormale ervaring was ooit op zo’n overtuigende wijze naar voren gebracht. ‘Nou vooruit dan,’dacht ik. En hij had gelijk: dit was echt een meesterlijke film met een spannende, toch mensvriendelijke verhaallijn.

Jaren 70

Vanaf het allereerste moment werd ik het verhaal ingezogen Dat kwam mede doordat ik gefascineerd was door het perfect nagebootste tijdsbeeld van de jaren 70. De posters van Starsky en Hutch en David Soul hangen (net als bij mij toendertijd) aan de slaapkamermuur van de even oude hoofdrolspeelster Janet. De kleding, apparatuur, auto’s en de kapsels, het is allemaal perfect in beeld gebracht. Alleen daardoor al verdient deze film een prijs.

Het paranormale verhaal dat het nieuws haalde

Het verhaal speelt zich af in een Londense huurwoning van de alleenstaande moeder Peggy Hodgson en haar jonge gezin. Zij en haar vier onschuldige kinderen worden de stuipen op het lijf gejaagd door de geest van de vorige bewoner die regelmatig in Janets lichaam kruipt. Meubilair dat beweegt, enge stemmen, geklop en speelgoed dat midden in de nacht een eigen leven gaat leiden. Het zit er allemaal in. Ondanks de overeenkomsten uit bekende horrorfilms zoals ‘the Excorcist’ en ‘Poltergeist’ blijft de film steeds verrassend.

De momenten waarin de warmte van het gezin duidelijk voelbaar is, worden afgewisseld met een huiveringwekkende rit door het spookhuis. Als het gezin er tenslotte de politie bij haalt gaat het pas echt goed mis. Door de meer dan 30 getuigen en de vele bewijzen in de vorm van beeld-en geluidsmateriaal worden het huis en het gezin Hodgson groot nieuws.

Paranormale onderzoekers bieden hulp

Via de kerk worden de paranormale onderzoekers Ed (gespeeld door Patrick Wilson) en Lorraine Warren (Vera Farmiga) uitgenodigd om vanuit New York naar Londen af te reizen. Dit echtpaar bestaat echt en heeft in het verleden meerdere claims gemaakt in paranormale zaken.De geest laat zich meteen aan hen horen  en dat maakt de film niet langdradig. Er zijn steeds getuigen dat het goed mis is in huize Hodgson. Toch bemoeien sceptische journalisten zich met het reilen en zeilen rondom dit spookverhaal en gaat met bandrecorders en camera’s een bewijs zoeken dat Janet alles in scène zou hebben gezet

Soundtrack

Het lijkt een lange zit van 133 minuten maar dat vond ik beslist niet. De sfeer was perfect en al zaten er de nodige schrikmomenten in die mij kippenvel bezorgden, de liefdevolle momenten zorgen voor balans. De soundtrack met muziek van o.a. Elvis Presley, the Beegees en de legendarische single: ‘Don’t give up on us’ van David Soul geven deze film een prettige ondertoon. Nostalgische muziek uit die tijd. Ik ben ook blij dat ik na afloop nog even ben blijven zitten. Bij de aftiteling worden de originele foto’s van het echte gezin en bewijsmateriaal naast fotomomenten uit de film getoond.Dat geeft deze horror een waardevol en onvergetelijk einde.

Aanrader

Ik heb nooit eerder lyrisch van een horrorfilm geweest maar van deze heb ik genoten. Daarom ben ik zelfs benieuwd naar het eerste deel uit 2013 dat volgens de vele revieuws ook zeker de moeite waard moet zijn. Destijds heeft deze film, eveneens geregisseerd door James Wan, 2 prijzen gewonnen voor ‘beste horrorfilm van het jaar’ en is 15 keer genomineerd. In deze film probeert het paranormale echtpaar Warren ook al een oplossing te vinden. Dit tweede deel zal ook zeker in de prijzen gaan vallen. Een echte aanrader die je moet gaan zien, al heb je er nog zo’n schrik van.

The Conjuring 2 draait vanaf 9 juni in 44 bioscopen

Filmtrailer The Conjuring 2

Medische misser? Het zal je kind maar treffen.

Herinneringen aan mijn overleden baby

Overlijdenskans hoger tijdens weekend

Het is al een week geleden dat bij RTL nieuws aandacht werd besteed aan het overlijden van te veel baby’s in de Nederlandse ziekenhuizen en dan met name in de weekenden. De afgelopen 3 jaar waren dat 104 baby’s. Het bericht kwam als een mokerslag bij me binnen. Zo’n bericht haalt bij ons als ouders opnieuw emoties los want juist op een zaterdagnacht is onze zoon Sjors door blunderende verpleging op de zuigelingenafdeling overleden. Ik vind het schokkend dat na 25 jaar de zorg rondom baby’s in Nederland niet is verbeterd en dat er in de weekenden nog steeds minder personeel werkzaam is dan door de weeks.

Herinneringen van machteloosheid

Ik heb dit nieuws bewust even laten bezinken maar het raakt me zo diep dat ik het niet kon nalaten om hierover een blog te schrijven. Onze zoon lag al uren levenloos in zijn bedje alvorens de verpleegster hem vond. Jaren van getouwtrek om de waarheid boven water te krijgen, borrelen weer op. Zowel mentale als fysieke pijn, machteloosheid en wanhoop. Boosheid en wantrouwen naar ziekenhuizen, en dan met name dát ziekenhuis.

Een kinderziekenhuis, nota bene!

Ik voel de onmacht van de ouders van baby Janou, die hun tragische verhaal doen tijdens de nieuwsuitzending. Tal van gynaecologen en verloskundigen reageren via social media met hun meningen en excuses. Het zou nogal schorten aan hun samenwerking op de verloskamers. Maar het zijn niet alleen de specialisten die verantwoordelijk zijn voor dit sterftecijfer onder baby’s. Het heeft me jaren gekost voordat de professor die verantwoordelijk was voor Sjors, toegaf dat de dienstdoende verpleegster die nacht onzorgvuldige zorg had verleend.

Rommelige zorg

‘Het was rommelig op de afdeling,’ had de professor als excuus gebruikt. ‘Ook was zij de enige verpleegster op tien babybedjes.’ O ja, is dat zo? Kort na zijn overlijden wilden we dat graag persoonlijk aan haar vragen maar dat werd resoluut de grond in geboord. Ze zou het psychisch niet aankunnen om ons onder ogen te komen. En wij dan? Ik wilde er zo graag een gezicht bij zien, het uit haar mond horen dat ze het die nacht niet bij kon benen. Daardoor zag ik in mijn ergste dromen lang het beeld voor me, van een chillende verpleegster die in haar kantoortje voor de televisie hing terwijl mijn zoon lag te sterven.

Pas vijf en een halfjaar later kregen we na veel onverschilligheid en ontwijkgedrag van het ziekenhuis, het zorgdossier onder ogen. Er ontbrak uitgerekend van die nacht een vel uit het dossier van de verpleging. In het artsendossier was flink geknoeid. Hoe het scenario er van die nacht werkelijk heeft uitgezien was voor ons onleesbaar en niet meer te achterhalen.

Tegenover ons zat een schouderophalende professor die niets anders kon dan zijn excuses aanbieden in het belang van het ziekenhuis en zijn carrière. De verpleegster was inmiddels met de noorderzon vertrokken en daarom was een ontmoeting met haar wederom uitgesloten.

Te hoog sterftecijfer voor te hoge zorgkosten

Ik troostte mezelf dat mijn correspondentie en gesprekken met dit zorgteam toch nog ergens goed voor waren geweest. Dat ze ervan hadden geleerd. Ik hoopte dat ze in het vervolg ouders van overleden zuigelingen beter en eerlijker gingen informeren en nog veel belangrijker: het hoge sterftecijfer van baby’s in Nederlandse ziekenhuizen flink daalde. Maar het blijkt niet veel invloed te hebben gehad, helaas niet. De cijfers zijn nog steeds bedroevend hoog: 8 op de 1000 geboren baby’s sterft in een Nederlands ziekenhuis. In België is dat nog 6. In Finland is dat ‘maar’ 2 tot 3. Waarom is de babysterfte in Nederland zo hoog?

Ze gebruiken er tegenwoordig een ‘mooi’ woord voor: ‘calamiteiten’ Een rampzalig woord voor het onvoorziene vervolg van het verkeerd verstrekken van medicijnen en het slecht bijhouden van dossiers. Inschattingsfouten en het nalaten van overleg met een arts. Althans dat was in ons geval.

Sjors is in die tijd urenlang door de beste chirurgen en volgens de nieuwste technieken geopereerd maar omdat er tijdens de herstelperiode geen goede nazorg was, is al dat werk, tijd, geld en vooral de pijn van onze jongen, voor niets geweest.Dan mag het toch best eens gezegd worden dat de zorg, waar we hier in Nederland krom voor moeten liggen, beter kan? Dat het in ieder geval niet onnodig levens moet kosten. De meest kwetsbare groep patiënten zijn vaak het slachtoffer van het lage aantal zorgverleners in het weekend. Niet alleen baby’s maar ook ouderen. Is dat omdat zij zich minder kunnen verweren? Dat zij niet op het belletje kunnen drukken naast het bed?

Het blindelings vertrouwen dat je kind in het ziekenhuis in goede handen zou moeten zijn, is daarom voor ons ver achterhaald. Ik denk dat de ouders van Janou en al die andere ouders van overleden zuigelingen zich hierin kunnen vinden. Helaas. Het dragen van dit onvergetelijk groot verdriet weegt daardoor alleen maar zwaarder.

Medische missers op de zuigelingenafdeling, ik kon er helaas een boek over schrijven:boek Tegenwind

Boek Tegenwind, de moeizame periode rondom het verlies van mijn baby

De tekenles van mijn leven

Tekenmap met tekeningen

Mijn tekeningenmap met lintjes

Tekenen

Mijn kinderen doen het niet, deden het ook nooit. Hebben er op dat gebied gewoon niks mee: tekenen. Hun gemaakte tekeningen kan ik wellicht op één hand tellen. Dat geeft niet. Een achteruit maken op je brommer of een carnavalswagen spuiten zijn natuurlijk ook creatieve uitspattingen, nietwaar? Ik bewonder hun eigen vorm van creaties, ieder zijn ding.

Ik ben zolang ik mij kan herinneren voornamelijk met tekenen bezig geweest. Ik had het al jong ontdekt. Mijn moeder stimuleerde het ook. Zij tekende zelf ook graag en kocht daarom regelmatig een pakje potloden of viltstiften voor me. Als mijn schetsboeken vol waren bracht ze wel een kladblok voor me mee. Zo’n dikke van dun gerecycled papier. Dan kon ik even uit de voeten. Pennen, potloden, gummen en viltstiften, ik verslond ze.

Tekeningenmap met lintjes

Omdat ik als enig kind vaak alleen was, werd tekenen mijn tijdverdrijf. Dat vonden mijn ouders wel best. Zij hadden een druk tuindersbedrijf waarbij ik niet altijd kon helpen. Vooral met regenachtig weer heb ik na schooltijd in de Opel Kadett van mijn vader vaak zitten schetsen als mijn ouders op de akkers werkten. Als de kladblok niet bij de hand was krabbelde ik wel op de achterkant van de veilingbonnen. En stilletjes droomde ik van een kunstenaarscarrière. Ik zag mij al lopen met zo’n grote tekenmap met lintjes onder mijn arm.

In de zesde klas van de lagere school schreef mijnheer Jonk, mijn onderwijzer, een mooie beoordeling in mijn schetsboek. Hij vond dat ik tekentalent had en adviseerde mij en mijn ouders om hier later iets mee te gaan doen. Wow! Als twaalfjarige werden mijn tekeningen serieus genomen. Sindsdien kocht ik de betere potloden en kwaliteitspapier.

Kunstacademie

Op de mavo ontstond de serieuze wens om naar de kunstacademie te gaan. De tekenles was voor mij een walhalla aan allerlei verschillende tekentechnieken en mediums. Daar ontdekte ik de fijne pentekeningen met Oost-Indische inkt,  de mogelijkheden met ecoline en het realisme in pastelkrijt. Ik ontwikkelde een eigen stijl en kon er urenlang met plezier aan werken. Toch brokkelde mijn droomwens stilletjes af. Ik raakte verward in de wiskundesommen, snapte er geen hout van. Bovendien was mede daardoor een doorstroming naar de Havo niet mogelijk. Ik wilde het eerst niet zien, bleef er zelfs een jaar voor zitten maar een studie aan de St. Joost in Breda kon ik vergeten. Bovendien was mijn vader er vooral van overtuigd dat je met ‘poppetjes tekenen’ je brood niet kon verdienen. Kunst was in zijn ogen iets voor alternatievelingen. Hij zag mij al met een roze hanekam thuiskomen. Mijn droom van de tekenmap onder de arm verdween langzaam maar zeker naar de achtergrond.

Ik kreeg een fulltime baan in een winkel en voor tekenen was geen tijd, noch inspiratie. Ik mistte het natuurlijk wel. In die jaren kwam ik voor de eerste keer in aanraking met een auto met een special paint in airbrush op de motorkap. Mijn bewondering was uitermate groot (lees blog over airbrush) maar ik gunde mijzelf niet de lessen en de tijd. Ik was een realistisch mens geworden. Er moest gewerkt worden. Desondanks voelde het niet goed. Ik was niet compleet zonder mijn gekrabbel.

Overleven

Toen mijn man en ik in november 1991 onze eerstgeborene zoon zijn verloren ging ik op zoek naar een manier om mijn verdriet te verwerken. Om mijzelf weer goed genoeg te voelen. Ik vroeg me steeds af wat er mis was gegaan. In dagboeken schreef ik mijn verhaal van mij af. ( Daaruit verscheen jaren later het Boek Tegenwind.) Maar alleen in geschreven woorden was dat niet genoeg. Een lang gekoesterde wens om nu eens echt tekenles te gaan volgen kwam bovendrijven en moest doorgang vinden, hoe dan ook. Ik zag het als een vorm van overleven. Ik moest die verdrietige tijd doorstaan en wel op een manier die dichtbij mij lag. Het uiteindelijke doel zou het portret van mijn zoon worden.

Door de angst om steeds mijn verhaal opnieuw te moeten vertellen schreef ik  mijzelf in voor een tekencursus bij de LOI. Veilig thuis, tussen vier muren, zonder vragende medeleerlingen. Ik heb de cursus helemaal afgemaakt met een mooie eindbeoordeling. Maar dat niet alleen. Ik had het tekenen opnieuw ontdekt en mijzelf teruggevonden: het krabbelende meisje dat ik al die jaren had gemist.

Sindsdien is het voor mij duidelijk. Waar de één zijn ontspanning in de natuur, sport of muziek terugvindt, vind ik mijzelf terug in creativiteit. Daarom zal ik dit nooit maar dan ook nooit meer naar de achtergrond schuiven. Dit was ik, dit ben ik en dat moet zo blijven.

En de tekenmap met de lintjes? Die heb ik mezelf cadeau gedaan. Want al was ik niet afgestudeerd aan de kunstacademie, een gelukkig leven was voor mij al een kunst op zich.