Maandelijks archief: april 2016

Je kinderen loslaten

Groene baret

Ja, ik ben supertrots op onze kinderen zonder studiebolstatus en uitzicht op een spectaculair hoge functie in de toekomst. Wat dat betreft hebben onze jongens duidelijk onze genen geërfd: technisch (pa) met een creatief inzicht (ma). Werken met de handen, niets mis mee toch? Aan technische vaklui is in de toekomst namelijk een ernstig tekort. De oudste zit stabiel en veilig op zijn plekkie in de landbouwtechniek maar bij de jongste is dat toch een ander verhaal.

Beroepsmilitair

Vorige week vrijdag stond hij in zijn groene kostuum met goudkleurige knopen voor me. De groene baret schuin op zijn opgeschoren hoofd. Mede door zijn strakke kaaklijn oogde hij stoer en zelfverzekerd. Onze zoon de korporaal, is op Soesterberg beëdigd als militair technicus bij het regiment van de technische troepen. Een hele mond vol voor een beroepsmilitair die de voertuigen en overig technisch materiaal bij defensie aan de praat houdt.

Voorlopig alleen in Oirschot. Yep, daar waar volgens Alberto Stegeman van het programma Undercover, kwistig wordt omgesprongen met zijn veiligheid. Shit ja. Iedereen kon tot voor kort zomaar op die basis terecht en dat in deze onzekere tijd.

Mijn zoon herkent het wel. Tuurlijk blijft die slagboom bij de ingang open als hij vlak achter een andere auto het terrein oprijdt. En ja, tuurlijk heeft elke monteur een sleutel van de voertuigen op het terrein. Dat eerste is misschien gemakzucht maar wat de sleutel betreft, is dat het vertrouwen onder het militair personeel. ( Geldt dat immers niet voor elk bedrijf?) In een oorlogsgebied moeten technici een voertuig in nood immers kunnen starten. Wij zijn benieuwd wat defensie hier aan gaat doen.

Enfin, ons soldaatje doet het toch maar. Wekenlang van huis gehuld in dezelfde camouflagekleding als waar hij als kind in speelde. Maar nu voor het echie. En moeders is trots, maar ook zo bezorgd. Militair zijn in deze tijd? Is dat wel verstandig? Kon je het hem niet uit zijn hoofd praten dan? Natuurlijk vind ik het eng maar wil mijn kind vooral gelukkig zien. Als hij als automonteur tot zijn pensioen, elke dag tegen heug en meug dezelfde garage binnenstapt wordt hij daar op den duur misschien wel depressief van. Dat wil je als moeder je kind toch ook niet aandoen?

Stilletjes hoop ik natuurlijk dat zijn legergroene tijd maar tijdelijk is. Dat hij op een dag toch de burgermaatschappij weer instapt. Dat deze tijd geruisloos voorbijgaat. Ik hoop dat, mocht het zover komen, hij straks veilig op de basis in het buitenland is. Dat hem de bommen en granaten niet om de oren vliegen of nog erger. Laatst wilde hij me geruststellen: ‘Misschien word ik wel niet uitgezonden, want IS zit overal hoor mam!’ Ik slikte. Lopen we allemaal geen gevaar dan? Hij haalde slechts zijn schouders op. Niemand weet immers wat ons nog allemaal boven het hoofd hangt.

Motorcrosser op gele Suzuki

Als kind al

Voor mij stond een volwassen kerel die wel weet waar hij mee bezig is en die altijd heeft geweten waar hij voor koos. Onze jongste die altijd de grenzen opzocht, zonder angst en onzekerheid. Ik dacht terug aan de ambitie en de adrenaline die hem als kind al sierde. Hoe hij zichzelf heeft leren fietsen. Zichzelf waagde aan de hoogste en snelste over-de-kop-achtbanen, zijn vuurwerkvoorraad onder zijn bed. (lag er toen al geen bom onder ons dak?) Dat ging gelukkig allemaal goed.

Daarna volgde zijn brommerperiode en bijna tegelijkertijd kwam de motorcross. Na een ouwe puch maxi en een snellere pitbike moest er een professionele crossmotor komen. Mijn vriendinnen zeiden: ‘Dat jullie dat allemaal maar goed vinden?’ Voor ons gevoel moest dat maar, hopende dat zijn beschermengel achterop zat. Maar terwijl ik hem gadesloeg bij de zoveelste sprong vanaf een heuvel hoog boven de crossbaan, was er ook vertrouwen. En dat kwam nooit alleen. Altijd voelde ik daarbij zijn geluksgevoel. Het geluk dat je je kind onvoorwaardelijk gunt.

En wat als het fout gaat? Zal ik dan geen spijt hebben dat ik het hem heb toegestaan? Misschien. Maar is het niet veel wranger als hij bijvoorbeeld ziek zou worden en dan spijt krijgen dat hij voorheen de dingen niet heeft gedaan waar hij zo gelukkig van werd? Dat hij zijn dromen niet heeft nagejaagd? Juist dan zou ik mij voor altijd schuldig voelen.

Dus ja, wij staan achter hem, laten hem los. Vuurwerk afsteken, motorcross, zelfs op missie in een gevaarlijk land. Natuurlijk hou ik mijn hart vast, natuurlijk lig ik ’s nachts wakker van alle risico’s die dat met zich meebrengt. Tegelijkertijd bedenk ik dat mijn oudste zoon stabiel en veilig op zijn werkplek, ook van alles kan overkomen.

Het lot beslist

En dat hebben we afgelopen week dan ook ruimschoots mogen ondervinden. De jongste heeft zijn baret nog maar net afgezet of hij heeft zijn auto in een sloot geparkeerd. Met de nodige blikschade en een bult op zijn hoofd kon hij niet ontkennen dat zijn beschermengel op de passagiersstoel heeft gezeten. De oudste die zo ‘veilig’op zijn werkplek stond te sleutelen kwam op een ongelukkig moment met zijn hand in een landbouwmachine klem te zitten. Ook dat liep wonder boven wonder goed af.

Je weet dus nooit wanneer ze veilig zijn. En ook al gaat er wel eens wat fout, (hopende dat ze er van geleerd hebben) blijven wij als ouders beretrots op onze jongens op wie ze zijn en wat ze doen. Maar ook een beetje trots op onszelf, want pa en ma doen het toch maar: loslaten.

Advertenties

De snoertjesgeneratie

Gsm-teleoons

Geboren in de Sixties

Het digitale leven gaat snel, steeds sneller lijkt het wel. En als ik de gebruiksaanwijzing van de nieuwste gadgets wil snappen, wat nooit rap genoeg lukt, zorgt dat voor verdomd ongemakkelijke stress. Soms heb ik de gedachte dat mijn Sixties brein alleen maar trager wordt van het ‘updaten’. En daar baal ik dan zo van.

Manlief begrijpt dat nog, zit immers in hetzelfde schuitje, maar de jongens rollen met hun ogen als ik hen voor de honderdste keer iets wil vragen over mijn Iphone. Tja ik ben nog van de snoertjesgeneratie en vind wifi een wonder, als ik bereik heb tenminste. Ik snap bovendien niks van dataroaming, het nut van mijn ‘persoonlijke hotspot’ en hoe bluetooth precies werkt. Of is het desinteresse misschien? Whatever!

De bakelieten telefoon

Telefoons zijn tegenwoordig draadloos en lijken vooral bij de jongere generatie aan de hand geplakt. Iets wat in de jaren 80 ondenkbaar was. Bij ons thuis kregen wij nadat wij jarenlang bij de buren hadden gebeld, in 1978 pas ons eerste exemplaar.

Een beige variant die, heel vernieuwend, in de huiskamer op de kast stond en niet aan de muur hing zoals bij velen. De gemiddelde telefoon uit die tijd was namelijk van zwart bakeliet, hing meestal in de gang en kende maar één ringtone. Met een draaischrijf draaide je het nummer, de wat modernere hadden al druktoetsen en een aantal meter snoer. Zo’n ‘nieuw’ exemplaar hadden wij dus. Toch was dat niet handig als mijn vriendje belde en ik privé wilde kletsen. Dan moest ik nog in de koude gang op de trap gaan zitten. Maar ik wist niet beter.

De triltelefoon

Uiteindelijk ben ook ik, al ruim tien jaar mobiel overal bereikbaar, al ontkennen mijn jongens dat stellig. Maar dat heeft een goede reden.

Voor mijn eerste smartphone heb ik drie prepaid zakformaatjes gehad, totdat de laatste tijdens een toiletbezoek de pot indook. En ik er achteraan. Ik heb het ding meteen uit elkaar gehaald en te drogen gelegd. Dat had ik mijn zoon ook zien doen nadat ik zijn telefoon in een bont wasje had meegedraaid. Maar deze keer mocht het niet baten. Hij bleef continue trillen en daardoor trok mijn batterij snel leeg.

Dan toch maar naar de telefoonwinkel waar ik mijn triller op de balie legde. Mijn telefoon leek een eigen leven te leiden en kroop zoemend richting de verkoopster. Ze trok vragend haar wenkbrauwen op en ik deed mijn uiterste best om er zo’n onschuldig mogelijk gezicht bij te trekken:

‘Nadat hij een maand geleden in het water is gevallen, blijft hij maar trillen in mijn broekzak. Is hier niets aan te doen?’ De verkoopster kon haar lach niet inhouden en proestte: ‘Heeft u hier nog zolang mee rondgelopen?’ Ik kleurde natuurlijk van oor tot oor.

Snoerloze stress

Sindsdien draag ik mijn smartphone niet meer in mijn zakken. Ik kon erop wachten: onderweg zit hij in mijn tas, maar thuis raak ik hem regelmatig kwijt. Elke keer bekruipt mij dan een gevoel van hevige stress want het is een drama als dat dure ding zoek is. En dan heb ik het nog niet over mijn telefoonnummer en de vele foto’s. Je hele hebben en houden kwijt, ligt ik weet niet waar en dat geeft dan weer veel rompslomp met de verzekering en een nieuw nummer. Dit soort stress zorgt voor een hartklopping van het ergste soort.

Terwijl het zweet al over mijn rug parelt sprint ik naar de vaste telefoon. Op zulke momenten verlang ik terug naar het snoertjestijdperk van toen. Mijn eigen mobiel bellen. Een gemakkelijk te onthouden nummer was destijds dan ook een vereiste toen ik mijn eerste prepaid telefoon kocht.

Vanuit de besteklade in de keuken trommelt het bamboeriedeltje van mijn Iphone. Het klinkt als muziek in mijn oren. Ik zucht van opluchting. De schrik die inmiddels mijn hoofd als een boei heeft bereikt, lijkt meteen terug te zakken naar mijn tenen. Pfff! Ik open de besteklade maar kan mij niet herinneren wanneer ik het ding daarin heb achtergelaten. Alzheimer light? Of had mijn Sixties brein even geen wifi? Ik denk vooral het laatste.

Aardbeien: lekker voor lichaam en geest

Lambada aardbeien

Lambada aardbeien van tuinderij fam. Vissers, Ulvenhout

 

Ze zijn er weer! Zomerkoninkjes in de lente. ‘ Smaken die dan ?’ Jazeker! Heerlijk zoet en sappig uit ons eigen landje.

‘Ja, maar dan komen die zeker uit de kas?’  Yep, maar dat doet in Nederland zeker niet af aan de kwaliteit. Integendeel. De vaak uit Spanje geïmporteerde harde en smakeloze waterbommen met een witte kern moeten we daarom maar snel links laten liggen.

Vroeger

Tegenwoordig hoeven ze voor de smaak gelukkig niet meer in de buitenlucht worden geteeld. Ik weet nog dat ik als tiener op het tuinbouwbedrijf van mijn vader in weer en wind, kruipend op mijn knietjes aardbeien plukte. Aardbeien die vaak door vogels waren aangepikt of door het liggen tegen de grond eerder gingen rotten. Ook de weersinvloeden bepaalden de opbrengst en kwaliteit van de oogst. Mijn vader hield zijn hart vast als er een hagelbui werd voorspeld of als door een lange regenperiode de oogst letterlijk in het water viel. Om de vogels te verjagen stond op de akker een vogelverschrikker, het was echter niet meer dan een houten kruis met daarop een emmer dat een hoofd moest voorstellen. Het lijf was een oude overall die pa nog eens versierde met een slinger van velletjes aluminium folie. Dat weerkaatste in de zon en klapperde een blikkerig geluid in de wind. Later kwam daar zelfs een gaskanon bij. Bij die laatste hoorde je elk kwartier net voor de harde knal, een waarschuwende tik waarna je je vingers in je oren moest houden tegen een dreigende gehoorbeschadiging. Die knal was eigenlijk overbodig want de vogels waren bij die tik dikwijls al gevlogen. In de buitenlucht was het ook nodig om chemische bestrijdingsmiddelen te gebruiken tegen ziektes en plagen. Nee, vroeger was niet alles beter. Het telen van de aardbei in de kas heeft daarom veel voordelen.

Vandaag

Vandaag wordt achter de schermen, eh, het glas hard gewerkt om een kwalitatief mooie, biologisch en smakelijke aardbei te kweken. Tegenwoordig groeit de aardbei vanuit potten op hoogte. Hommels en bijen bestuiven de bloesem en met behulp van insecten worden ziektes voorkomen. Het is een precisiewerkje maar door de juiste dosering van meststoffen, klimaat en CO2 werpt het vanaf half maart tot in de zomer letterlijk zijn vruchten af.

Ik mag dit superfruit tegenwoordig verkopen in de streekwinkel die tijdens deze periode is geopend. Dus ja, ik ben als verkoper en dochter van een aardbeienteler enthousiast maar dat kan toch ook niet anders?  In het vroege ochtendgloren komt het heerlijk zoete aroma van de trossen met felrode aardbeien je al tegemoet in de kas. Daar wordt je toch blij van? Kisten vol vitaminen en mineralen gaan dagelijks over de toonbank. Het is een genot om klanten zoveel goeds en lekkers te kunnen bieden. De Nederlandse aardbei scoort op gezondheidswaarde dan ook een 9,1 in de voedingswaardetabel.

Wat zit er in een aardbei?

Ze bevatten natuurlijk veel vitamine C. Maar vergeet ook zeker niet de vitamine K, kalium en magnesium voor sterke en gezonde botten.

Deze rode lekkernij zit bovendien bomvol antioxidanten die het gevecht aan gaan met de vrije radicalen die ontstaan uit medicijngebruik, roken, alcohol en te veel zon. De schade die hieruit voortkomt wordt daardoor beperkt. Ook het risico op diverse soorten kanker wordt hierdoor minder.

Deze hartvormige hoogstandjes bevatten daarnaast anthocyanen (huh? Wat zijn dat nu weer?) Deze kleurstoffen behoren tot de flavonoïden die een goede invloed hebben op de conditie van je hart en bloedvaten.

Dezelfde anthocyanen stimuleren je lichaam om vetten (ook die je allang hebt opgeslagen) als brandstof te gaan gebruiken. Ze reguleren je bloedsuikerspiegel. Dat is altijd welkom nietwaar? En niet te vergeten: deze stofjes werken verhelderend op je korte termijngeheugen.

Tot slot heb ik nog goed nieuws voor de reumapatiënten onder ons: aardbeien zijn ontstekingsremmend en hebben bij het gebruik van ongeveer 3 porties per week zelfs een pijnstillende werking op de gewrichten. Tja, je moet er wat voor over hebben maar is zeker geen straf.

Swingende namen

Vooral de vroege Lambada is het paradepaardje onder de vele soorten. De swingende naam belooft je de meest aromatische en zoete dans door je smaakpapillen. De meer stevige aardbei met een mooie volle vorm is de Sonata. Een grote aardbei die vooral door zijn uiterlijk zeker niet misstaat op de fruitschaal. Voor het beste smaakbehoud bewaar je de aardbeien koel maar niet te koud, dus bij voorkeur niet in de koelkast. Koop anders de Elsanta, een aardbei die goed houdbaar is. Of nog beter: geniet er meteen van, nog voordat je thuis bent.

 

‘Medicijn’ meeslepende thriller van Ingrid Oonincx

Medicijn, het boek van Ingrid Oonincx

Welke prijs wil jij betalen voor de eeuwige jeugd?

Via mijn blogpost Een gezonde huid, een leven lang werd ik in de reacties door een oudklasgenoot van Ingrid Oonincx gewezen op haar onlangs verschenen boek Medicijn.

Ik, als fervent thrillerlezer was meteen nieuwsgierig naar het verhaal van deze Brabantse schrijfster die is opgegroeid in het nabijgelegen grensdorp Baarle Nassau. De indringende foto op de cover met de subtitel ‘Welke prijs wil jij betalen voor de eeuwige jeugd?’ nodigde mij meteen uit tot lezen.

Het verhaal

De hoofdpersoon is Ella Vreeland, een pr-vrouw die via haar werk de gehuwde cosmeticaondernemer David Mulder ontmoet. Ze krijgen een geheime relatie maar als de fitte David binnen een week aan een duister ‘griepje’ overlijdt is dat meteen verdacht. Vooral wanneer zijn lichaam kort na de begrafenis wordt opgegraven en verdwijnt. Zijn echtgenote wordt vermoord en Ella wordt door ongure types gevolgd. Als haar dementerende moeder wordt ontvoerd gaat Ella eigenhandig op onderzoek uit. Het spoor leidt naar een kliniek in Italië waar David connecties had met Jacob Grünberg, de ontdekker van een verjongend medicijn. Een medicijn waardoor hij tientallen jaren jonger was gebleven, zolang hij maar grof betaalde. Omdat de waarheid rondom het medicijn openbaar dreigt te raken komt Ella in gevaar. Ze wordt gevangen gehouden in een ondergronds laboratorium waar de basis van het medicijn op onmenselijke wijze wordt verkregen. Bovendien blijkt met geld de jeugd niet altijd te koop. Een machtige club welvarende ouderen probeert het daarom kwaadschiks te verkrijgen.

Ingrid Oonincx heeft er een lezer bij

Het is lang geleden dat ik zo’n sterke thriller heb gelezen. Een boek dat ik met recht een page-turner mag noemen. Prima verhaallijn en beschrijvingen waardoor ik mij een goed beeld kon vormen van de omgeving en personages. Door de korte hoofdstukken leest het gemakkelijk tussen drukke bezigheden door. Maar door de spanning en mijn nieuwsgierigheid kon ik het moeilijk wegleggen.

Ik had nog niet eerder een thriller van Ingrid gelezen maar in haar eerste boek ‘Nickname’ ben ik inmiddels begonnen en die leest eveneens lekker weg. Haar boeken ‘Botsing’ en ‘Sluipweg’ liggen inmiddels al klaar voor de komende lange zomeravonden. We mogen trots zijn op deze Brabantse thrillerschrijfster die door haar ijzersterke schrijfstijl zeer zeker tot de Nederlandse toppers behoort.

Heb jij dit boek ook gelezen? Of ben je al bekend met andere boeken van Ingrid Oonincx? Laat je hier in een reactie weten wat jij er van vindt?

Lijnzaad: natuurlijke gezondheid voor de vrouw.

Heel lijnzaad van Bountiful

Ik moest destijds ongelovig lachen toen ik hoorde dat lijnzaad zoveel goede eigenschappen heeft. Vooral voor de middelbare vrouw die allerlei vage klachten heeft door de haperende hormoonhuishouding.

Lachen omdat ik het vroeger op onze dierenafdeling verkocht aan klanten die vogels hadden. Vooral in de winter zou dit een betere opbouw van hun veren bevorderen.

Maar het is vooral lachwekkend dat het ook daadwerkelijk voor ons zoveel goeds biedt op het gebied van de algemene gezondheid. En omdat ik een enthousiaste gebruiker ben, wil ik het graag met jullie delen.

Lijnzaad kun je toevoegen aan o.a yoghurt en smoothies. Het geeft een extra ‘bite’. Maar het is vooral een welkome natuurlijke aanvulling op je voeding door zijn waardevolle bestanddelen.

Hart en bloedvaten

Lijnzaad bevat een hoog percentage omega 3 vetzuur dat alsmede door zijn krachtige ontstekingsremmers bescherming biedt voor je hart -en bloedvaten. Het verlaagt de bloeddruk en een te hoog cholesterol. Het draagt tevens bij aan een gezond zenuwstelsel en hersenen. En ja dames, we moeten wel bij de tijd blijven hè?

Natuurlijke oestrogenen

Lijnzaad zorgt voor een mooie huid, gezondere haren en nagels door de omega 3 en de grote hoeveelheid lignanen. Lignanen zijn weer de basis van fyto-oestrogenen. Deze natuurlijke vrouwelijke hormonen helpen tegen ongemakken rondom de menopauze door de balans in de hormoonhuishouding terug te brengen. Waar veel vrouwen klagen over droge slijmvliezen, ogen en stramme gewrichten kan lijnzaad hier verlichting in brengen.

Door deze fyto-oestrogenen kan het zijn dat opvliegers beduidend minder worden of helemaal wegblijven. Maar wat nog veel mooier is: het werkt preventief voor ons immuunsysteem en kan zelfs kankersoorten die hormoon-gerelateerd zijn, afremmen of voorkomen. Ik heb het dan over borst- en baarmoederhalskanker. De grote angst van elke vrouw.

Lusteloos en moe

Maar lijnzaad bevat nog meer goede ingrediënten zoals vitamine B1 en B2, kalium, zink en calcium die zorgen voor een goede werking van de hersenen en stevige botten. Voel je je moe, lusteloos en zelfs van tijd tot tijd down dan kan lijnzaad ook hulp bieden.

Lijnzaad voor de lijn

En mocht je hoofd nu tollen van alle goede redenen om lijnzaad toe te passen in je voeding dan heb ik tot slot nog een lekkere kers op de taart. Het helpt vooral aan een goede spijsvertering waarbij afvalstoffen worden verwijderd. Een belangrijk onderdeel van je afslankplan, dacht ik zo.

Hoe ziet lijnzaad eruit en hoe gebruik ik het?

Het is het bruine zaad van een vlasplant. De zaadjes hebben een nootachtige smaak en zijn zowel heel als gebroken te koop. Neem vooral de hele zaadjes en maal steeds een kleine hoeveelheid grof in je blender, koffiemolen of vijzel. Bewaar dit in een glazen potje in de koelkast. De gebroken variant die je kant en klaar in de winkel koopt, is niet lang houdbaar. Dat proef je overigens niet maar brengt door de oxidatie wel schade toe aan je lichaam. Dus koop hele zaadjes en maal deze want anders poep je ze zo weer uit zonder dat je lijf van de ingrediënten heeft genoten.

Voeg elke dag één eetlepel toe aan je koude gerechten zoals zuivel of salades en je hebt het grootste profijt van dit wonderlijke zaad. Meer is niet nodig en wordt ook afgeraden omdat het o.a. je stoelgang flink aan het werk zet.

Waar te koop?

Natuurlijk zijn er nog veel meer voedingsmiddelen waarin lignanen voorkomen zoals in groente, groene thee, saliethee en veenbessen maar de concentratie in lijnzaad is wel 100 keer hoger. Hele lijnzaadkorrels zijn te koop bij veel drogisterijen en in natuurvoedingswinkels. Ik koop het meestal bij de Dio-drogist van het merk Bountiful  Er zijn verschillende verpakkingen te koop maar gemiddeld betaal je slechts twee euro voor een pond. Ik kan daarom geen reden geven om het niet te proberen. Ik ben benieuwd wat het voor jouw lijf doet. Laat je het me weten?